Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Direct naar uw commentaar

Direct naar uw waardering


II. Ontmoeting

Dia11. Petite Chouette Kröller-Müller; Wat, Waar, Opbouw
In het Kröller-Müller Museum in Otterlo hebben ze niet alleen grote beelden. Een van de meest beroemde is een klein vogeltje. In de afscheidstentoonstelling van de vorige directeur, Evert van Straten, werd het vogeltje tot publiekslieveling uitgeroepen met woorden als ‘schattig’ en ‘verrukkelijk’. Het is de kleine uil van Pablo Picasso. Petite Chouette is in het Nederlands ‘Steenuil’.

III. Vorm

Dia22. Kleine Uil
In het echt een uil. Ontegenzeggelijk. Een ronde kop met grote nachtogen. Beide ogen aan de voorzijde van de kop. Een klein lijf met heel lange vleugels. Dik, zacht verendek. Korte staartveren. Vuilbruin met grijswit.

Dia33. Situering en schaal
Dit steenuiltje van Picasso staat altijd in een vitrine. Een vitrine in een museum. Dat is dubbele bescherming. Moeilijk te zien, nog moeilijker te fotograferen.
Het beeldje is iets meer dan levensgroot. In werkelijkheid is de steenuil iets groter dan een merel. Je kunt hem als een zacht bolletje in de kom van je hand houden.
In de vitrine is hij zo neergezet dat zijn kop iets naar ons is toegedraaid. Zodat we goed kunnen zien dat het geen echte steenuil is, geen echte opgezette vogel, maar een artefact.
Het is een kunstig werkje, niet gemaakt van beenderen, veren en organen. Er is niets van een echte vogel aan te pas gekomen.

Dia44. Materiaal
De pootjes zijn gemaakt van spijkers en schroeven. Daarbovenop staat schuin omhoog een aardenwerken bakje. Tegen de bodem van het bakje zit gips geplakt. Het gips houdt de pootjes vast. De pootjes staan in spreidstand voor het evenwicht. Ze hebben vier onregelmatig gemonteerde tenen, van schroeven, om de middenstaak heen.
Over de bovenkant van het bakje ligt een dikke laag gips. Vooraan in dat gips staat een deksel van een blikje omhoog, het skelet van de kop. Meer naar achteren zijn spijkers ingelegd als vleugelpennen en staartveren.
Tegen de platte kop is met gips een bek van een tang en een bout met een moer geplakt, die doen denken aan een snavel en een oog. Boven de snaveltang ligt nog een bout met moer, als een set ogen, of als de opvallende wenkbrauwen van een uil.
In het zijaanzicht is het verloop van een paar kromme spijkers goed te zien, die het silhouet van de vogelkop bekrachtigen. De achterkant toont het skelet van vleugelpennen dat als een verenkleed over en door het gips heen ligt.

Dia55. Techniek
Het maken is best wel ingewikkeld. Het doet denken aan onze jeugd en ons kinderlijke gepruts. Maar is het wel zo onschuldig? Het gips dat als lijm- en plak-hechtmiddel is gebruikt, is maar korte tijd, hooguit tien minuten, plastisch. Daarna wordt het snel hard en verder onbruikbaar. Dus is het vogeltje gemaakt als een gerecht in de keuken. De materialen lagen klaar, de kunstenaar wist wel ongeveer hoe hij de ingrediënten moest mengen. Misschien deed hij het in meerdere stappen: de onderkant met de poten als aparte fase, de bovenkant met de kop en de spijkerveren ook apart, de tenen apart aan de pootjes.

IV. Karakter

Dia66. Ordening en compositie
Ook al weet je weinig tot niets van uilen, je herkent deze uil onmiddellijk door zijn samengestelde vorm. Het belangrijkst en meest karakteristiek is dat de kop iets gedraaid staat ten opzichte van het lijf. Dat is logisch. Omdat zijn ogen van voren zitten moet de uil zijn hele kop draaien om alles om hem heen te zien. De kunstenaar wilde iets laten zien dat alert is. Een in de rondte speurende vogel.
Een hele grote, ronde kop. Die kop staat zonder nek op een iets groter lijf. Dat lijf rust op twee dunne poten met uitgespreide tenen. De tenen staan zo licht op de grond dat het lijkt alsof het vogeltje niets weegt en zo weer op kan vliegen. Onmiskenbaar uil.

Dia77. Standpunt
Hij staat op een handgevormde gebakken steen met een schuine kant. Overdag zijn steenuiltjes vaak te zien boven op paaltjes of muurtjes langs de rand van een weiland. Deze baksteen stoort niet. Het kan ook een houtblok zijn. Het is hier een sokkel. Een sokkel die heel klein gehouden is, een sokkel waar het vogeltje aan alle kanten ver buiten steekt. Dat maakt het vogeltje groter.

Dia88. Beweging
Het beeldje nodigt ons uit om in beweging te komen. Het ronde lijf van het vooraanzicht en de uitstekende spijkerkoppen lokken ons naar de zijkant. En vandaar naar achteren. Dat levert een bijzonder aanzicht op: aan de voorkant heb je nooit kunnen vermoeden hoe deze achterkant er uit zou zien. Aan de voorkant is het vooral uil. Aan de achterkant vooral vliegtuig. Verassend.

Dia99. Ruimte
De vitrine is buiengewoon storend. De vogel wordt aan de grond gehouden in een rechthoekige bepaalde ruimte. Exact het tegendeel van wat de vogel als vrij vliegend wezen kenmerkt. Zoveel kleiner is de glazen ruimte dan een gepaste volière zou kunnen zijn, dat het volledig indruist tegen je gevoel van ‘vogelheid’. Vogels in een volière voelen als ‘gevangen’ voor ons kijk- en luistergenot, vogels in een vitrine spreken ons aan op hun bijzonderheid. Ze zijn te kostbaar om in een openbare ruimte met een kettinkje aan een paaltje vast te maken. Voor je het weet zou hij slijtplekken vertonen, zoals de teen van Michelangelo’s Pièta. Afblijven omwille van de eeuwigheid is de boodschap.

Dia1010. Verf en Kleur
Volgens Evert van Straten, is de kleur, het patin zogezegd, afkomstig van de mallen die gemaakt werden om het beestje af te gieten. Toch kun je je nauwelijks voorstellen dat Picasso, de maker van tientallen geschilderde uilen, het gips spierwit zou hebben gelaten. Vermoedelijk is hij toch wel met verf in de weer geweest, of heeft een lichtbruin pigment aan het gips toegevoegd. De kleuren van de echte steenuil zijn ook bruin met wit. Maar de kleur waaraan een steenuiltje het gemakkelijkste is te herkennen, is het geel van de ogen. Dat heeft Picasso níet aangebracht.

Dia1111. Zelfstandigheid
In de oeuvre-catalogus uit 2000, van het Centre Pompidou, staat deze ‘kwaaie kleine uil’ die Picasso maakte door de spijkerpoten van ons uiltje krom te buigen. Ons uiltje heeft dus eerst als zelfstandig origineel geleefd. Daarna werd er een bronzen afgietsel gegoten, zoals de catalogus beschrijft, met de verloren-was methode. Het afgegoten uiltje werd door Picasso bozer gemaakt. Bozer door niet het dier zelf, maar diens houding te veranderen. Zo werd hij van waakzaam tot ‘en colère’. Emotie wordt net als in het echte leven in de beeldhouwkunst vooral uitgedrukt door lichaamshouding.
Ons uiltje is alert. Het afgegoten uiltje wordt waarschijnlijk bedreigd door iets. Hij gaat in de verdediging. Over de kwetsbaarheid die hem wordt toegeschreven, zouden we anders denken als we muizen waren.

Dia1212. Licht en Gewicht
Steenuilen jagen ook overdag en zijn dan vaak te zien, als ze vanaf een paaltje over het weiland kijken. Dus het is normaal dat we ze zien in het volle licht. De lichte veertjes die opwaaien in een lichte bries en de halftoegeknepen ogen doen hem er in onze ogen misschien onschuldig uitzien. Waarschijnlijk wilde Picasso dat idee rechtzetten en maakte hij de laatste versie agressief.
Ondanks het gewicht van de metalen, het blik, het gips en keramiek, is Picasso erin geslaagd het beeldje zo licht als een veertje te houden. Dat komt doordat de hele massa op de hoge, dunne pootjes van de grond getild wordt. De vorm van de pijlvormige staart naar de omhoog rijzende bolle kop toe, benadrukt de opwaartse richting. Ze vormt het omhoog liftende contrast tussen de sokkel en het lijf. De hele houding is omhoog gericht. Alle energie is opwaarts.

Dia1313. Volume en Massa
Evert van Straten vertelt dat Picasso een tijdje de zorg op zich nam voor een gewond steenuiltje dat bij hem was gebracht. De foto laat zien dat hij het volume en de massa van het vogeltje niet alleen heeft gezien, maar ook heeft gevoeld. Zijn eigen sculptuurtje had misschien wel hetzelfde volume maar veel meer massa. Het was ook minder kwetsbaar.
V. Inhoud (onderwerp)

Dia1414. De Grijze uil
We vergelijken ons uiltje met een andere uil, in dezelfde tijd door Picasso gemaakt. Het staat nu in Boijmans in Rotterdam. Hij is helemaal geboetseerd van klei en met zwarte en witte engobe beschilderd. Hij is in de oven gebakken zonder glazuur om het schilderachtige, ruige aardewerken karakter te behouden.
Ons steenuiltje in het Kröller Müller is in feite een assemblage, een samenstelling van gevonden voorwerpen tot een nieuwe vorm. In tegenstelling tot het bewust modelleren in klei gaat het minder om een beeld ‘maken’ en meer om een beeld ‘vinden’. Dat ‘vinden’ is een woord dat Picasso zelf gebruikte. We moeten het goed verstaan. Hij bedoelt niet dat hij iets in elkaar flanst van toevallig gevonden voorwerpen. Nee, hij voegt doelbewust gezochte materialen bij elkaar, op zo’n manier dat er een vorm ontstaat die zelfs voor hem onvoorspelbaar was, maar aan het onderwerp beantwoordt. Die uiteindelijke vorm is ‘gevonden’.

VI. Functie: Waarom deze inhoud in deze vorm

Dia1515. Functie
Dat wil zeggen dat het materiaal iets oproept dat te maken heeft met de inhoud van het beeld. Dus het aardewerken bakje is een stevig en warm lijf voor de ingewanden en organen. De bek van een tang wordt letterlijk de scherpe snavel en vasthoudende bek van de vogel. De deksel van een blikje maakt de platte kop met naar voren gewende ogen. Gipsen wolken zijn het verendek. Spijkers zijn poten, slagpennen en staart.

VII. Betekenis: wat volgt uit vorm, inhoud en functie

Dia1616. Betekenis
Jammer voor de publiekslieveling, maar dit steenuiltje is dus echt niet schattig. Dat zie je aan de keuzes die Picasso maakte. Hij schiep een keihard, meedogenloos, scherp, hard en puntig nachtjagertje. Een niet zo kwetsbaar, vooral prooigericht aanvalsvliegtuigje. Heel anders dan een roofvogel maar niet minder dodelijk. Een beeld geïnspireerd op de werkelijkheid, niet op het snoezige uiterlijk, maar op het innerlijke wezen van het dier. Geen wijze raadgever voor de godin Athene, maar de gevreesde vijand van muizen, meikevers en regenwormen. Picasso maakte er nog een, zo mogelijk nog vervaarlijker. Die staat nu in Parijs, in het Musée Picasso. Konden we er maar even heen.

VIII. Nawoord

‘Schattig’ en ‘verrukkelijk’ zijn oordelende woorden die bij een eerste oppervlakkige kennismaking met het beeld heel begrijpelijk opkomen. Ze doelen niet op het vogeltje zelf, maar op het de originele wijze waarop het vogeltje in elkaar is gezet. Daarom moet je precies opnoemen wat je ziet. Dan ontdek je dat Picasso waarschijnlijk iets anders bedoeld heeft. Iets veel dichter bij het werkelijke wezen van het onderwerp, dichter bij de waarheid. Als je dan opnieuw kijkt, lijkt het allemaal veel logischer en begrijpelijker. Dichter bij het steenuiltje zoals het werkelijk is.

IX. Bronnen

1) Petite Chouette Vereniging Rembrandt
https://www.verenigingrembrandt.nl/nl/kunst/uiltje

2) Arianne muziek bij Petite Chouette
https://www.youtube.com/watch?v=d2RW859Sjfc
Het uiltje van Picasso roept door zijn uiterlijk, bestaande uit allerlei losse voorwerpen, meteen een associatie met een stuiptrekking bij me op. Het is een schattig uiltje, dat een vreemde grimas trekt. Zo ontstond bij mij het gevoel dat dit uiltje wel eens Gilles de la Tourette zou kunnen hebben. Het was alleen te lief om te schelden, dus wat deed het dan als de nood hoog was...
Muzikaal gezien heb ik een 4/4 maat gebruikt voor de vertellende teksten en een 6/8 maat wanneer de tekst met Gilles de la Tourette te maken krijgt. Zo heeft het nummer op zichzelf ook een beetje last van een stuiptrekking hier en daar.

3) Chouette Keramiek, MFA Masterworks Fine Art Gallery
https://www.masterworksfineart.com/artists/pablo-picasso/ceramic/chouette-wood-owl-1969-3/id/w-6213
Pablo Picasso, Chouette (Wood-Owl), 1969 A.R. 602 Artist: Pablo Picasso (1881 - 1973)
Reference: A.R. 602
Medium: Madoura white earthenware clay turned vase with engobe decoration (green, black, red, white) engraved by boring-rod under partial brushed glaze with grey patina
Image: DIMENSIONS: 11 7/8 in x 8 7/8 in (30 cm x 22.5 cm)
Edition: Numbered from the edition of 350 on the underside.
Signature: This work is stamped with the 'MADOURA PLEIN FEU' and 'EDITION PICASSO' pottery stamps on the underside.
Condition: This work is in excellent condition.
ID # w-6213
Historische beschrijving
Echt boeiend, de aanwezigheid van deze keramische uil wordt ondersteund door een felle blik van doordringende zwarte ogen. Om het karakter nog meer te versterken, duiden de gegolfde ingelegde veren op een avontuurlijk verleden. Schilderachtige penseelstreken zijn expressief over het lichaam gestrooid die de bolvormige rondingen van de vaas prachtig accentueren en een lichamelijke vorm aanduiden. Met een helder kleurenpalet laat dit verbluffende werk de artistieke aanpak van Picasso doorschijnen.
Gemaakt in 1969, deze vaas van wit aardewerk in klei gedraaid met engobe-decoratie (groen, zwart, rood, wit) gegraveerd door een boorstang onder gedeeltelijk geborsteld glazuur met grijze patina. Genummerd Vanaf de editie van 350 is dit werk aan de onderzijde gestempeld met de 'MADOURA PLEIN FEU' en 'EDITION PICASSO' aardewerkstempels.
Catalogus Raisonné & COA: Dit werk is volledig gedocumenteerd en er wordt naar verwezen in de onderstaande catalogue raisonnés en teksten (kopieën worden bijgevoegd als toegevoegde documentatie bij de facturen die de uiteindelijke verkoop van het werk vergezellen):
1. Ramié, Alain. Picasso-catalogus van de bewerkte keramische werken 1947-1971. Madoura: Galerie Madoura, 1988. Vermeld en geïllustreerd als oeuvrecatalogus nr. 602
2. Een Certificaat van Echtheid zal bij dit werk worden geleverd.

4) Phillips Vaas met uil
Chouetton (Young wood-owl) 1952
White earthenware turned vase painted in white enamel, brown and black and with knife engraving.
9 3/4 x 3 5/8 x 3 5/8 in. (24.8 x 9.2 x 9.2 cm)
From the edition of 500, annotated 'Edition Picasso' and 'Madoura' in black paint on the underside, and with the Edition Picasso and Madoura Plein Feu pottery stamps on the underside.
• Literature Alain Ramié 135

5) Musée Picasso D'UNE CHOUETTE L'AUTRE
https://musees-nationaux-alpesmaritimes.fr/picasso/picasso/sites/musees-nationaux-alpesmaritimes.fr/files/dp_dune_chouette_lautre.pdf
PDF:
Dierfiguren nemen een bijzondere plaats in het werk van Pablo Picasso (1881-1973) in. Naturalistische of symbolische voorstellingen, ze vormen een fascinerend en proteïsch bestiarium waarin nachtelijke vogels - uilen en uilen - op een bevoorrechte manier verschijnen. Als dit motief voor het eerst voorkomt uit 1899 in de gravure El Zurdo, dan is het vooral vanaf 1946, wanneer de kunstenaar zich vestigt in het Grimaldi-kasteel van Antibes, dat het onderwerp steeds terugkomt, en dit tot 'aan het einde van zijn leven . Inderdaad, tijdens een bezoek van beeldhouwer en fotograaf Michel Sima aan het kasteel pakte hij een kleine gewonde uil op en vertrouwde die toe aan Picasso. Ze heet Ubu, houdt hem gezelschap in het atelier en staat model voor vele geschilderde, getekende en gegraveerde werken, maar ook voor keramiek en sculpturen. De doordringende blik van de roofvogel en zijn nachtelijke activiteit fascineren Picasso. Bovendien is het dier sinds de oudheid belast met een sterke symboliek, een periode waarin Picasso vooral geïnteresseerd was toen hij na de Tweede Wereldoorlog terugkeerde naar de Middellandse Zeekust. Picasso kent een ambivalente betekenis toe aan dit nieuwe onderwerp van representatie. Als het plaatsvindt tussen faunen en nimfen in het hart van Arcadische landschappen om de godin van de wijsheid Athena op te roepen, onthult het soms meer kwaadaardige aspecten, meer verbonden met de middeleeuwse symboliek van de uil, de vogel van het slechte voorteken. De vele schetsboeken van het monumentale schilderij La Guerre et la Paix in de kapel van Vallauris, onthullen zo dat de kleine uil van La Paix, nu discreet neergestreken op het hoofd van een kind, de gigantische Uil van de gestorvene vervanger van het kwaad. van de mensheid in The War. De tentoonstelling biedt dus een uitstapje naar dit favoriete onderwerp van Picasso, met de presentatie van vijftien keramiek en sculpturen gemaakt in Vallauris in de werkplaats van Madoura en de werkplaats van Fournas, vergeleken met een documentaire verkenning van zijn vele tekeningen. En tabellen over het onderwerp. Deze tentoonstelling profiteert van uitzonderlijke bruiklenen van stukken van het Musée national Picasso-Paris, het Magnelli museum, het Vallauris keramiekmuseum, de Cité de la Céramique - Sèvres, het Picasso d´Antibes museum en particuliere verzamelaars. Het vindt gelijktijdig plaats met de Internationale Biënnale van Hedendaagse Keramiek in Vallauris.
14 Picasso's Steenuil is het resultaat van de gipsmontage van metalen gereedschappen zoals een spadekop, tang, spijkers en schroeven. De tegenoverliggende radiografie, uitgevoerd door de kunstenaar Xavier Lucchesi, onthult de manier waarop Picasso, zoals gebruikelijk in beeldhouwkunst, een metalen ziel produceerde met behulp van lange spijkers. Ze zijn gedeeltelijk bedekt met gips. Deze techniek biedt Picasso een grote snelheid bij de uitvoering van het werk, waaraan hij veel belang hechtte en vooral eenvoud in zijn prestaties zocht. Deze praktijk van assemblage is kenmerkend voor het beeldhouwwerk dat Picasso ondernam toen hij in Vallauris woonde: hij recupereerde systematisch de objecten van afgekeurde voorwerpen en verzamelde ze in zijn atelier van Fournas, totdat het ene hem een visuele woordspeling inspireerde: de spadekop wordt gebruikt om de twee gevouwen vleugels van een vogel op te roepen. Let op het tweede paradoxale leven dat Picasso gaf aan dit object dat bedoeld was om de aarde te bewerken. We kunnen ook zien in deze praktijk van het verzamelen van een herinnering aan Afrikaanse "fetisjen" die Picasso evenzeer fascineerden als ze bang maakten tijdens zijn bezoeken aan het etnografisch museum van Trocadéro aan het begin van de 20e eeuw. Vooral het gebruik van de spijker doet denken aan de nkisi, beschermende voorwerpen tegen boze geesten die de nganga, voorbidder, activeert door er spijkers in te slaan. Lesnkisi - toevallig toeval? - waarvan bekend is dat ze het onzichtbare kunnen zien, zoals nachtelijke roofvogels wier blik de duisternis doorboort. Twee afdrukken van dit werk werden in 1952 gemaakt in brons met verloren was door de gieterij Claude Valsuani.

6) Steenuil
https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/steenuil
De steenuil heet ook in het engels of frans: ‘kleine uil’. De steenuil is de bekendste van de kleinere uilensoorten. In ons land is hij van oudsher een bekende verschijning in vooral kleinschalig agrarisch cultuurlandschap. De steenuil schuwt de menselijke omgeving niet en broedt vaak op boerenerven, vooral als deze voldoende natuurlijke variatie bieden. Dan kan een steenuil op een klein oppervlak alles vinden wat hij nodig heeft. Vanaf paaltjes of andere verhogingen zoekt de steenuil naar voedsel en vliegt daar in golvende vlucht op af. De steenuil is nauwelijks groter dan een merel maar oogt toch wat forser door z’n opgezette veren. Het verenkleed is overwegend bruin tot grijsbruin met witte streepjes en druppelvormige vlekken. Opvallend zijn de felgele ogen en lichte ‘wenkbrauwen’. Het achterhoofd lijkt een kopie van het voorhoofd met toegeknepen ogen. In rust is zijn postuur gedrongen, bij waakzaamheid rekt de uil zich uit. Niet altijd zichtbaar zijn de lange, bevederde poten.

7) Steenuil.nl
De steenuil is de kleinste in ons land broedende uilensoort. Door de bolle kop en het relatief dikke verenpak lijkt hij groter dan hij is. Met een lichaamsgrootte van 21 – 23 cm en een vleugelspanwijdte van 54 – 58 cm is hij echter nauwelijks groter dan een zanglijster of merel. Gemiddeld zijn vrouwtjes iets groter en zwaarder dan mannetjes (170 à 260 gram vs. 150 à 240 gram). Ook het verenkleed is zo goed als gelijk. Beide geslachten zijn dan ook niet van elkaar te onderscheiden in het veld. Steenuilen hebben een gevlekt verenkleed. De bovenzijde is bruin met witte spikkels en de onderzijde witachtig en dicht bruingestreept. Door de lichte wenkbrauwstrepen vallen vooral de grote ogen met felgele iris en zwarte pupil op (zie ook het logo van STONE). De poten zijn lang en wit bevederd.

8) Athene noctua
https://www.youtube.com/watch?v=bxHmCAWv4Tk
De steenuil (Athene noctua) is een klein gedrongen uiltje, met felle gele ogen en witte wenkbrauwstrepen.
Kenmerken De steenuil is de kleinste uil in de Benelux. Het is een klein gedrongen uiltje van ongeveer 21 tot 23 cm. De steenuil heeft een platte kop met felle gele ogen, en heeft aan de bovenkant bruine veren met lichte vlekken. De steenuil is een broedvogel en standvogel in de een groot deel van Europa, Noord-Afrika en Midden-Azië
Leefgebied De steenuil heeft het liefst een landschap met weilanden, knotwilgen, fruitbomen en oude schuurtjes. Bloemrijke weilanden zijn een echt muizen- en regenwormparadijs, dus daar vindt hij veel voedsel. Knotwilgen, fruitbomen en schuurtjes hebben dikwijls holletjes waarin de steenuil zijn jongen kan grootbrengen. Hagen en houtkanten zijn plaatsen waar hij zich kan verschuilen.De steenuil is ook dikwijls overdag actief, en is te zien zitten op knotwilgen of weidepaaltjes, te genieten van het zonnetje. De meeste mensen zien hem echter niet, omdat hij zo klein is. Als hij op een paaltje zit is het net of dat gewoon wat langer is. Hij maakt wel veel lawaai. Van oktober tot februari kan je hem van ver horen roepen, een soort "koewie", gekef en een wat langer "joeeek".
Voedsel Het voedsel van de steenuil is aangepast aan zijn grootte, hij pakt wel muizen als hij kan, maar ook veel regenwormen, kevers en andere insecten en soms kikkers. Soms komt de steenuil met prooien aanzetten die verrassend groot zijn ten opzichte van zijn eigen formaat, zoals ratten. Hij heeft verschillende jachttechnieken. Loeren vanaf een paaltje, over de grond lopen en rennen of jagen vanuit een lage vlucht.

 

 

hanneke verloop
la petite chouette
wat weer een bijzonder leerzame, boeiende uitleg.
En dan die muziek en tekst - als heel bijzondere kers op de taart.
Dank jullie wel, Hanneke

0

1000 Resterende tekens