Thomas Schüttes Vater Staat zegt iets over onze tijd. Het is een ingewikkelde tijd. We luisteren allemaal naar vadertje staat, omdat we verwachten dat hij ons zal verlossen van de corona-pandemie. En opeens blijkt vadertje staat niet meer zo betrouwbaar: hij deed in het verleden mee aan slavenhandel. En was dat nou vadertje staat of gewoon een individuele slechterik? Hoe dan ook, er zijn nogal wat beelden gemaakt in de geschiedenis, die het nu moeten ontgelden. Een van de aanleidingen vormt de sokkel. Aan beelden op een sokkel kleeft vaak een smetje. Want die werden veelal opgericht vanuit het belang dat ze hadden voor een enkele groep, meestal die welke aan de macht was.
Videolink: https://youtu.be/4z6hyWNN3-U

Uilen staan symbool voor wijsheid, belezenheid, scherpzinnigheid. Maar de uil heeft ook een andere kant: soms is een uil een mens geweest die in een uil veranderd is, als straf voor zijn domheid of onbetamelijk gedrag.
De Romeinse dichter Ovidius vertelt dat ‘de uil van Minerva’ zo’n uil is die eerst mens was: zij was de beeldscone Nyctimene die met haar vader naar bed ging. Uit schaamte voor deze daad riep ze Minerva om hulp die haar daarop veranderde in een uil, een schuwe nachtvogel.
De tekenaar Peter Vos maakte er een prachtige serie tekeningen van.

Videolink: https://youtu.be/Ejk9Iuwh3QI

In 2015 was Okwui Enwezor hoofdcurator van de Biënnale in Venetië. Hij gaf de tentoonstelling een sprekende titel: All the world futures ofwel ‘de toekomst van de hele wereld’. Zowel in het hoofdpaviljoen als in de nevententoonstelling maakte hij duidelijk dat die toekomst er niet eenduidig uit zou gaan zien.
De Engelse kunstenares Helen Marten deed mee aan twee opeenvolgende Biënnales in Venetië, in 2013 en 2015.
In 2016 ontving zij van de Tate Gallery in Londen de Turner Prize. Ze was toen 31 jaar oud.
Vandaag kijken we naar haar installatie die wij zagen op de Biënnale van 2015.
Dat gaat gepaard met een duidelijk tijdsbesef. Het is direct duidelijk dat er geen haast bij is, dat het zelfs alleen maar lukt als je er tijd voor neemt. Het is het beste om alles om je heen te vergeten en je door het werk mee te laten nemen.
Waarheen? Dat is niet duidelijk. De kleuren, de openheid en de innerlijke ruimte wekken een gevoel van milde vreugde, niet uitzinnig, maar rustig, in balans, zonder verontrusting. Het gaat in dit werk om de verwondering.

Videolink https://youtu.be/qONYImsA7KU

Pierre-Auguste Renoir Le déjeuner des canotiers
Introductie
Wat een feest! Je bent net dertig, nog geen vaste partner, je carrière is begonnen. Je leeft in het Parijs van Marcel Proust, maar niet in zijn elitaire kringen, je bent een nieuwe, vrije, onafhankelijke geest. Na een drukke week word je uitgenodigd door een kunstenaar die je vaag wel kent: “wij gaan met ons clubje roeien. Daarna gaan we samen lunchen in Chatou. Het belooft stralend weer te worden. Heb je zin om mee te gaan?”

(Klik hier voor de video)

Er zijn van die kunstwerken die ik altijd wel weer eens terug wil zien. Ik heb zo mijn Eduardo Chillida’s, mijn Anthony Caro’s, mijn Ulrich Rückriems en ook nog wel een paar Carel Vissers. Dat is niet omdat ik nu eenmaal een kind ben van de minimal art, maar meer omdat die kunstwerken juist de dans ontspringen. Zoals dat ene stel, dat op de muziek van Bach leerde een gigue te dansen, en midden onder de oefening op een van Bachs beroemde contrapunten een faux pas maakte, met opzet. De rest van de groep keek verbijsterd toe en de lerares aan de zijkant besefte opeens: hier wordt een nieuwe danspas geboren. Zo’n soort werk is Anthony Caro’s Table Piece ‘LXXX’. Dat staat natuurlijk als een Latijns getal voor 80, maar over die telling heb ik zo mijn twijfels.

(Klik hier voor de video)

Gustave Caillebotte is een buitengewoon merkwaardige schilder binnen de kringen van het Franse Impressionisme. Zowel in zijn onderwerpen als in de behandeling verschilt hij totaal van hen. Hij kocht werk van hen en maakte hun tentoonstellingen financieel mogelijk. Hij was, zouden wij nu zeggen, amateur-schilder tussen de groten, maar hoe meer werk je van hem ziet, des te groter blijk hijzelf te zijn. Hij was zo rijk dat hij niets hoefde te verkopen en dus ook niet naar de markt hoefde te schilderen. Maar zijn hart, dat kun je zien, ging uit naar wat toen ‘moderne kunst’ genoemd werd, en dat was in zijn tijd geen compliment.

(Klik op deze link voor de video)

Eén van de grote beeldhouwers uit de twintigste eeuw, die zijn sculpturen altijd maakt in verhouding tot de plek waar ze komen, is Richard Serra. In Nederland hebben we heel wat werk van hem, zoals de drie grote stalen platen 'Sight Point (for Leo Castelli)' bij het Stedelijk Museum in Amsterdam en de betonnen wand Sealevel in Zeewolde. ‘Site specific’ zeggen we dan in goed Nederlands. Werken op de locatie toegespitst of beter nog ‘alleen en juist voor die plek van toepassing’. Een van zijn allergrootste opdrachten kreeg Serra voor het Guggenheim Museum in Bilbao, in Baskenland in Noord Spanje. Daar kreeg hij te maken met een van de eigenzinnigste bouwwerken uit zijn tijd, gebouwd door de Amerikaanse architect Frank Gehry. Over de confrontatie van die twee werken gaat het vandaag.

(Klik hier voor de video)

Wat maakt de Tsjilpmachine van Paul Klee zo bijzonder? Waarom treft het heel de wereld? Het Museum of Modern Art in New York zette ‘Die Zwitschermachine’ op de lijst van hun 375 belangrijkste werken. En dan te bedenken dat ze 200.000 kunstwerken in hun collectie hebben. En als je wat rond speurt op internet omdat je iets meer over dit werk wilt weten ontdek je dat er een complete site genoemd is naar dit werk Zwitschermachine.org, die met alle mogelijke middelen en wetenschappelijke artikelen het oeuvre van Paul Klee onderzoekt. De organisatie, die voor een deel uit Japanners bestaat, is naar dit werk genoemd en voert de Tsjilpmachine als beeldmerk. En ik lees dat in Amerika dit werk op veel kinderkamers aan de muur hangt en dat doet me beseffen dat ook ik het werk gezien heb toen ik heel jong was. Het is me altijd bij gebleven.
De vraag is: Hoe komt dat eigenlijk? Waar komt dat door?

(Klik hie voor de video)

Op Netflix draait de Japanse anime Beastars. (zeg á-ni-mè) Anime’s zijn tekenfilms met vaak een moralistische toon, waarbij deugden worden geprezen en ondeugden uitgebreid worden neergezet, als onontkoombare eigenschappen die overwonnen moeten worden. In onze literatuur heet zoiets een fabel. In Beastars wordt een puberende wolf verliefd op een konijn. Telkens vraagt hij zich wanhopig af of het nu wel echte liefde is. Volgens een psychiater in een van de afleveringen gaat het om de sublimering van zijn echte wolveninstinct. De wolf in hem verzet zich tegen zijn vraatlust om het lekkerste wat er is, een sappig vrouwelijk konijn, tussen zijn tanden te nemen. Maar Legoshi, zo heet de wolf, is écht verliefd, wat natuurlijk niemand gelooft. Daar ergens drong zich het konijn van Tom Claassen aan mij op.

(Klik hier voor de video op Youtube)

Opnieuw een verzoek, en wel een reactie op deze mail:

“Leuk zeg!
Hou me maar op de hoogte van de beeldverhalen! Ben benieuwd!
Ik vraag een verslag aan over Richter (de oude, niet de jonge)
Toedels!”

Met de schrijfster van dit bericht bezocht ik op 10 januari 2009 in het museum Ludwig in Keulen, de tentoonstelling Gerhard Richter Abstrakte Bilder . Het was een buitengewoon indrukwekkende tentoonstelling. Richter dankt zijn plaats onder de groten omdat hij de schilderkunst, zowel de figuratieve als de niet-figuratieve, voor altijd heeft veranderd.

Klik hier om de video te zien.