In 2015 was Okwui Enwezor hoofdcurator van de Biënnale in Venetië. Hij gaf de tentoonstelling een sprekende titel: All the world futures ofwel ‘de toekomst van de hele wereld’. Zowel in het hoofdpaviljoen als in de nevententoonstelling maakte hij duidelijk dat die toekomst er niet eenduidig uit zou gaan zien.
De Engelse kunstenares Helen Marten deed mee aan twee opeenvolgende Biënnales in Venetië, in 2013 en 2015.
In 2016 ontving zij van de Tate Gallery in Londen de Turner Prize. Ze was toen 31 jaar oud.
Vandaag kijken we naar haar installatie die wij zagen op de Biënnale van 2015.
Dat gaat gepaard met een duidelijk tijdsbesef. Het is direct duidelijk dat er geen haast bij is, dat het zelfs alleen maar lukt als je er tijd voor neemt. Het is het beste om alles om je heen te vergeten en je door het werk mee te laten nemen.
Waarheen? Dat is niet duidelijk. De kleuren, de openheid en de innerlijke ruimte wekken een gevoel van milde vreugde, niet uitzinnig, maar rustig, in balans, zonder verontrusting. Het gaat in dit werk om de verwondering.

Videolink https://youtu.be/qONYImsA7KU

Wat je ziet: Ontmoeting

1. Arsenale interieur
Dia1Je loopt over het middenpad in de Arsenale, de voormalige touwslagerij van Venetië. Aan weerszijden van het pad staan op regelmatige afstanden reusachtige gemetselde kolommen.

2. Helen Marten in All the world’s Futures (2015)

Dia2
Plotseling wordt de weg versperd, Er staat een hagelwitte hoge wand schuin over het pad. Op die wand hangen vreemde dingen. Er is ook een gat in de wand, half over het pad heen, maar erg laag. Vast niet bedoeld om door heen te kruipen. Je kunt er wel doorheen kijken. Je ziet daarachter is nog iets. Wat zou het zijn? Je wilt erheen en loopt naar links, want daar kan je misschien om de wand heen.

3. Onderdoorgang/opening

Dia3
Je passeert het gat en kijkt erdoorheen. Daarachter gaat de Arsenale gewoon door. De doorgang door het gat wordt versperd door iets wat lijkt op een bed of een brancard. Er liggen zelfs voeten of benen op. Dit is we erg raar allemaal.

4. Andere kant/ On Aerial Greens (Haymakers)

Dia4
Je komt aan de andere kant. Daar hangen om de onderdoorgang grote panelen met foto’s en prints. Deze kant van het meubel, bed, brancard, sofa, loungebank, of nog duurder ‘chaise longue’ is minstens even vreemd. En van de foto’s er boven word je niets wijzer. Je kunt nog verder.

5. Keukenblok

Dia5
Dan kom je bij een soort keukenblok met een wasrek ernaast. Je ziet intussen ook dat je aan beide kanten langs de wand kunt.

Details

6. Details ligbank

Dia6
Nog even terug. Je moet hier toch iets van kunnen maken. Gewoon even goed kijken bij die ligbank. Wat ligt daar eigenlijk allemaal?
Nou eigenlijk lijkt het nog het meest op een platte wagen die je vooruit kunt trekken, en niet op een ligbank. Er is een vloer van ronde houten balkjes – lijkt het – en een dissel van een dubbele bruin/wit/zwart draagstel met daaronder een soort ronde bumpers. Half op de vloer, hangend over de bovenkant van de verticale bumper, ligt een stel benen in een fantasiebroek met zwarte geitenwollensokken om de voeten. Waar de benen vast horen te zitten aan het onderlichaam vouwt een witte doek zich open en onthult wat best wel eens organen zouden kunnen zijn in de onderbuik. Heel gezellig daarnaast ligt het patroon voor een keukenschort bij een lieflijke empire-achtige theepot in dezelfde kleur. Daar weer naast lig een bazooka-achtige constructie, een half opengesneden buis met erop een knullig georganiseerd mechaniek wat misschien een effectieve bom zou kunnen zijn. Er zitten nog wat dingen op vastgeplakt die misschien van nut kunnen zijn voor de afstandsbediening. Het is zonneklaar, in termen van de hedendaagse jongeren: ‘dat gaat niet werken, joh’. Leeftijdgenoten van Helen Marten lachen zich vast en zeker een stuip om deze poging tot interpretatie van een oude man.

7. Detail aan de voet van de katafalk

Dia7
In mijn analyse van de spulletjes op de ligbank wordt de ‘chaise longue’ een katafalk. Ik ga op zoek naar informatie om mijn reconstructie te ondersteunen. Op de eigen website van Helen Marten staat daarnaast deze foto, van een stilleven op de grond, naast de rechterpoot van de baar. Het is een plateau van piepschuim dat ergens vanaf is gebroken en eruitziet als natuursteen. Daarop liggen gerangschikt 3 witte eieren met zwarte stippen, 3 witte en 1 roze speksteen-achtige vorm waarvan 2 met een wit toefje, een oranje gevouwen bakpapier met daarop een handvol kaviaar, een schelpvorm van wit deeg waarin nog ongebakken kroepoek, een geel balletje, een roze oester en vershoudfolie. Om het deeg te ondersteunen een grijze substantie. Verder nog een groen blaadje, een ijzertje, een vogelveertje en misschien de vulling van een vulpen. Dit alles heel duidelijk, heel precies en heel overzichtelijk gerangschikt.
Jammer genoeg is niets van wat ik heb opgesomd wat het is. Ik heb gewoon naar woorden gezocht die in de buurt komen van wat ik zag.

8. Foto: leesplankje

Dia8
Mijn onbegrip dateert al van de tijd van het leesplankje van Hoogeveen. De details hiervoor heb ik opgesomd zoals wij vroeger woordjes leerden op school met het Aap-Noot-Mies: M mum / I-i / E è /S ss spreek je achter elkaar uit als Mies. Onbegrijpelijk. Bovendien is het des te verwarrender dat Mies hier niet een eigennaam is van een meisje, maar, zoals het plankje laat zien, de naam van de poes. Terwijl ‘aap’ nog een aapje laat zien, en ‘noot’ een walnoot, gaat het vanaf Mies mis. Dan zie je een kat met een bel om, Dik Trom leest de krant, een baby stopt een knikker in haar mond, een meisje speelt vadertje-en-moedertje, een schaapsherder met een veer op zijn hoed, een allesbrander, een doodgraver. Ofwel allemaal beelden die niet door het woord benoemd worden, allemaal woorden die niet zeggen wat het beeld laat zien. Als je zó leert omgaan met taal, wat moet je dan wel niet maken van de dingen van Helen Marten? Er is niets bij waar we een woord voor hebben. Alles wat we zien, tot in de kleinste details, is nieuw en onbekend. Ze doen ergens aan denken alla, maar ze zijn het niet.

Oeuvre

9. Architectuur op het keukenblok over van vroeger

Dia9
Ook al is het net zo verwarrend als het leesplankje, ergens moet er toch een betekenis te vinden zijn. Al was het alleen maar omdat de kunstenares zich de moeite heeft getroost een keuze te maken uit tal van mogelijkheden en materialen en deze heeft uitgewerkt tot superieure details. Dus speur ik terug naar haar vroegere werk, in de hoop er ergens een sleutel te vinden.
Naast de aerial greenes staat een architectuur die ik keukenblok noemde.

10. Andere architectuur 2014 Parrot Problems in Kassel

Dia10
Architectuur is voor een beeldhouwer erg belangrijk. Hier gaat het over huizen, ruimtes waarin wij wonen en thuis zijn.
Probleemloos herken ik dezelfde gevel op een foto van een tentoonstelling een jaar eerder in Kassel. Er doet zich een soortgelijk keukenblok voor, dat nu is opengeklapt, met hetzelfde huis in een andere context geplaatst. Bovendien dragen de vensterbanken hier kommetjes in plaats van de spaghettiworst uit Venetië. En er staan drie menswezens bij, geketend aan zware ballen en stenen, die in verhouding het keukenblok in een enorme architectuur veranderen.

11. Night-blooming genera als onderdeel van de Turner prize tentoonstelling

Dia11
In het Stedelijk Museum in Amsterdam kwam ik op de tentoonstelling ‘Hybride sculptuur’ opeens nog een deel tegen van de installatie uit Venetië. Het is inmiddels 4 jaar later. De titel is nauwelijks te vertalen. Maar ook hier is de context sterk veranderd. Terwijl in Venetië de nadruk lag op de keten van eicellen, draait het in deze opstelling veel meer om de maanvormige aaneenrijging, onder het hoekige, architectonische deel.
De onduidelijkheid van het leesplankje wordt ook hier niet meteen opgelost. Zelfs als je alle onderdelen met naam en toenaam typeert wordt de betekenis niet meteen duidelijk. Het is een soort beeldgedicht, zo’n vers waarin alle woorden een nieuwe betekenis krijgen en waarin nieuwe woorden ontstaan. Je kunt het intellectueel niet verklaren, zelfs niet lezen, maar het raakt je wel.

12. Brood and Bitter Pass, detail in Amsterdam

Dia12
In Amsterdam geeft noch de zaaltekst uitsluitsel, noch de ingesproken tekst. Net als bij een goed gedicht wil het werk niet uitgelegd worden en verzet het zich tegen elke toelichting. Met al mijn woorden en al mijn taal sta ik hulpeloos voor het werk. De rijkdom dringt zich aan mij op als ik de materialen noem die gebruikt zijn:
Staal; Aluminium; MDF; As; Kers; spaanplaat; gespoten MDF; geblazen glas; geglazuurd keramiek; gezeefdrukte latex; emmer; gegoten hars; gietcement; stenen; gegoten rubber; gevlokt aluminium; goudblad; katoen; nagels; magneten; gloeidraad; kant; vinyl; takje; glazen beker; gegoten beton; messing; Neopreen-rubber; gestikte en geborduurde stof; airbrush op staal; karton; zand; suiker; vilt; oesterschelp; 301 x 816.9 x 111.8 cm

13. Brood and bitter details

Dia13
Zo zijn er dingen die je herkent – maar ook weer niet. Ze lijken op iets, ze komen je bekend voor. Maar ze zijn het niet. Eerst net niet. Later, als je nog eens kijkt, helemaal niet. Alle dingen zijn niet wat je denkt dat ze zijn of zouden kunnen zijn. Er is erg veel ironie. Er is design en er is commentaar op design. En er is constant de vraag naar houdbaarheid van betekenis.

Besluit

Dia14
Dat maakt het werk briljant. Het is figuratief, maar alleen in zichzelf. Marten toont geen nabootsing, ze verwijst niet naar onze wereld maar toch ook weer wel: ze laat zien hoe onze wereld eruit zou kunnen zien. De vormen zijn bepaald, maar hun inhoud is niet vastgesteld voor eeuwig. Elke vorm kan elk moment een andere betekenis krijgen. Mies blijft altijd mies, ook al transformeert ze van poes naar juf en van juf naar tv-host. Dat is waar taal en beeld elkaar ontmoeten. Het is waar verhaal en verbeelding elkaar bestuiven.

Zo is deze installatie een beetje een meisjeskamer. Er is een bed en een keukentje die nooit gebruikt wordt: te truttig en te netjes. Tal van prullaria, want prullaria hebben ‘iets’. Ze leiden je af van jezelf. Jij krijgt even rust en de ruimte om te fantaseren over iets of iemand anders.

Marten schept een eigen wereld van alle dingen die zij in haar handen krijgt. Je kunt je voorstellen hoe zij in zichzelf praat en verhaaltjes vertelt aan de hand van de dingen die zij in haar hand heeft, zoals meisjes tegen poppen praten en jongens hun fantasie de vrije loop laten als ze een vliegtuigje in hun hand hebben. Het gaat om het begeesteren van dingen. Misschien dat die dingen ons daarom raken, ondanks dat we niet veel van begrijpen. Ze raken ons omdat wij iets van de geest herkennen die in de dingen is gaan wonen.

Geef uw commentaar onder het artikel. Samen zien we meer!

Bronnen

1) Charlotte Higgins
in The Guardian, citeert de curator van de Biënnale in 2013, Massimiliano Gioni (de eerste keer dat Marten meedeed aan de Biennale):

"The common factor, perhaps, is that all these young artists grew up with the internet. It's inside them. Because of that, they have a particular attitude to the way images and objects are made, dispersed and distributed.

"There is a term going around at the moment, which I use with real hesitation: 'post-internet art'. It is something of a catch-all term, but it does hint at the way artists such as Richards, Atkins and Marten work with the moving image and computer-generated images completely naturally, with total ease."

2) König Galerie in 2014
Press Release:

Johann König, Berlin is pleased to present Helen Marten’s room-sized installation Orchids, or a Hemispherical Bottom for the first time in Germany after it had been created for the 55th Venice Biennale in 2013.

Orchids,… centers on an animated video in which Marten sets forth a sanitised and alluring world of free-floating and fragmentary objects. Excised from normal context and imbued with an impossible cosmetic sheen, these crystalline forms are conjured in colours that range from the surreally heightened to the deliberately banal. A line of toy-like objects – a train, a giraffe on wheels, a boat – trundles along on an impossibly turquoise plane. Parasitically followed by a swirling black fly, the unfolding narrative is one of production, consumption and saturation. Elsewhere, the naked human backside of the title (cropped and anonymous) is shown with a luridly-glowing orchid tucked between its buttocks. At points, the imagery takes on the semblance of a painting or diagram, both formulaic ‘analogues’ of reality, like the video itself, implying the knotty weight of a
Cézanne still life.

We have entered a space of making where the fabric of known things has changed, precisely because the fabric of reality has changed. We have trepidation of easily nameable parts, because they are pre-loaded with communication; they serve as short hand emblems for ideas that we know have form, so assume to have content. Outlines speak of certainty, but also the flurry of partial destruction. Hand drawn or digital, the line that seeks to enclose or define can also waver. Dimensionally intelligent, skins are of one surface and one plane: Known things are separated into temporary pieces and every figure in space is defined precisely through intersection by a plane of material, by outline or by some corresponding figure of another dimension.

As the “or” of its title suggests, Marten’s video asserts the sheer proliferation and interchangeablilty of images, emblems and pictograms in the physical and intangible realms alike (an idea that is reflected in the voiceover: “You tell an octopus: be an elephant, and the octopus becomes an elephant”). The ‘hemispherical bottom’ is an illusionistic wireframe conceit – hemispherical as a mask. Like all objects, it is a simple vector of meaning that can be skewed or mutated. The voiceover to the film takes us on a surreal journey in which richly evocative images (“exquisite leftovers of mayonnaise … a chubby weave of lace”) mass together into a heady melange of resonances. Reality appears to have been garbled, its usual taxonomies and categories teased apart. The result is a peculiarly sensual kind of catastrophe. Different registers of speech similarly collide in the voiceover – intimate diaristic revelations or idle chitchat give way to poetic flights of fancy. These contrasting ‘footings’ slyly subvert each other’s meanings or imports, ultimately throwing a light on the rigid formulae, which govern speech and dialogue in any given situation.

The video is installed in a room that has been hermetically sealed off and softened by a thick beige carpet, and is accompanied by sculptural satellites that suggest ‘outtakes’ from the film. The video’s serene, and ambiguously defined ‘nowhere realm’ thus extends physically into the room. The sculptures’ assortments of recherché and motley materials (Formica, carved walnut, maple, inlaid wood knots, alabaster fruit etc.) serve as analogies to the video’s intricate amalgam of eclectic forms and connotations. The sculptures moreover approximate recognisable items while refusing to satisfy our preconceptions of those items (a woven laundry basket filled with rolled-up socks also incongruously contains a lettuce leaf and pieces of decaying fruit – the inevitable corollary, perhaps, of the over-ripe and painterly fruit which appears in the video). A wooden, chest-like object is both civic and miniaturized, an art historical reference but also an incongruously weighty domestic model.

Seductive in the same way as a processed or packaged veneer (and with the same compressed dishonesty) this work – in both its video and plastic forms – brings urban and emotional signs into friction, alternating between optical diagram and manual catastrophe.

Helen Marten (born 1985, Macclesfield) lives and works in London. Her first institutional show Parrot Problems is currently on view at the Fridericianum, Kassel. Recent solo exhibitions were held at Sadie Coles HQ, London (2014); CCS Bard Hessel Museum, Annandale-on-Hudson (NY), USA (2013); Palais de Tokyo, Paris (2012); Kunsthalle Zürich, Switzerland; Major group exhibitions include Il Palazzo Enciclopedico (The Encyclopedic Palace), 55th International Art Exhibition, Venice Biennale, Venice, Italy (2013); 12th Lyon Biennale, Lyon (2013); New pictures of common objects, MoMA PS1, New York (2012); and The New Public, Museion, Bolzano (2012). Marten received the Lafayette Prize in 2011 and the LUMA Award in 2012.

3) König Galerie: Turner prize 2016 group
https://www.koeniggalerie.com/exhibitions/5562/turner-prize-2016-group/

4) Fotosite met Martens werken in detail
https://helenmarten.weebly.com/work.html#

5) Jury van de Turner prize
The jury said her work "is outstanding for its extraordinary range of materials and form".

"It doesn't present you with an easy, simple, static view of itself," Farquharson added.

"The work is like reading very rich, very enjoyable, very elusive, quite enigmatic poetry - rather than a very clear report on what happened in a newspaper.

"I think the thing is to enjoy it for its visual qualities, its physical qualities, and get lost in the game of meaning and games of composition that it offers up."

6) Will Gompertz, BBC Art director
For someone who says she would prefer her work to do the talking, Helen Marten is spending a lot of time in the limelight.

Last month she made national news as the winner of the inaugural Hepworth Prize for sculpture, to which she has now added one of the world's highest profile art accolades, the Turner Prize.

At 31 years old, she was the youngest artist on the shortlist - and, also, the most difficult to fathom in terms of her work.

Her hybrid sculptures, made out of materials both found and fabricated, form a complex tableau of ideas and associations. They are poetic puzzles that question meaning and assumption, and require an almost archaeological mind-set to solve.

She wants to jolt you, provoke you, throw you off balance.
Things are not quite what they seem, objects don't conform to our expectations, awkwardness abounds.

At least, it does to begin with. But once you tune in to her way of thinking, and start to understand that the artist is not trying to fool you, but to take you by the hand and show you something new, you begin to see the beauty of her work.

Her attention to detail is extraordinary, the materials she makes (has made) exquisite.

This is not like so much contemporary conceptual art, which consists of a weak one-liner of little significance. Marten's sculptures are formally substantial and intellectually rigorous: they are made to last, in every sense.

Her father is a chemist. She is an alchemist. We are the beneficiaries.
7) Tentoonstelling voor de Turner Prize:
Voor de tentoonstelling ‘Turner Prize 2016’, gehouden in Tate Britain, nam Marten drie werken op van de tentoonstellingen waarvoor ze genomineerd was: 1) haar presentatie op de 56e Biënnale van Venetië, 2 Eucalyptus, Let us in in Naftali, New York. De sculpturen, die zich concentreerden op het ritme van rust en werk, werden in Tate Britain als een enkele installatie opnieuw opgesteld. [11] Ze bestonden uit: Lunar Nibs (maansporen) (een sculptuur die lijkt op een huis, een vuilcontainer en zelfs een voedertrog voor vee, waarvan de voorgevel eruitzag als een karikaturaal negentiende-eeuws woonhuis), On Aerial Greens (Haymakers) (Op luchtgroenen - (hooimachines)), (een muur- en vloer- gebaseerde opening die formeel lijkt op een open haard of schouw) en Bread and Bitter pass (Voorbij gaan aan Brood en Bitter) (een grootschalig werk bestaande uit gesponnen aluminiumvormen, houten ellipsoïden, keramische onderdelen en mechanische verbindingen in een wormachtige ketting). Young, Linsey; Smith, Laura. Turner Prize 2016. Tate. p. 31. ISBN 978-1-84976-505-3.
8) Interview met Helen Marten: Tate shot
https://www.youtube.com/watch?v=xn98l78-vII
Idem voor the Hepworth prize”
https://www.youtube.com/watch?v=42sVfzK8q8E

9) Soundcloud Stedelijk Museum
https://soundcloud.com/stedelijk-museum/56891-en

 

 

1000 Resterende tekens