In New York, in het Metropolitan museum, bewaren ze een portretbuste van een vrouw, gemaakt door Auguste Rodin.

Waarom heet het Madam X? Dat is een leuk verhaal.

(Ik maakte ook een screencast van dit artikel, die je kunt bekijken en beluisteren op het videokanaal van op Youtube: "Mandarte MZMK - Madame X)

Dia 1

Madam X in het Metropolitan Museum in New York.

Een van de beroemde dames uit het Parijs van Rodin, die zelf regelmatig een soiree organiseerde en uiteindelijk een beroemd dichteres werd, gaf Rodin opdracht om een portret van haar te maken. Toen het eenmaal klaar was wees zij het af. Ze vond de neus te geprononceerd. Rodin weigerde het te veranderen, want volgens hem was het portret volkomen natuurgetrouw. Toen hij haar vervolgens benaderde of het akkoord was dat hij haar portret verkocht aan het Metropolitan museum, zei ze dat ze hem niet tegen kon houden, maar dat het niet haar naam mocht krijgen omdat het nu eenmaal niet leek. Vanaf toen heette het dus madame X, maar wij weten wel degelijk wie de opdrachtgeefster was: Gravin Anna-Elizabeth de Noailles.

Het portret is van marmer en ook al staat erbij dat het van Rodin is, het is in feite gehakt door een van zijn medewerkers, aan de hand van een gipsen origineel dat Rodin zelf gemaakt had. Dat gips was dan weer een afgietsel van een model in klei. Deze buste werd gehakt in opdracht van het museum, waarvan de medewerkers het origineel in Rodins atelier te zien kregen. Zij besloten toen onmiddellijk tot aankoop. De aankoop en de vervaardiging in marmer dateren van 1910, ongeveer drie jaar nadat Rodin het kleimodel had vervaardigd.

Dia 2

Portretten Madame de Noailles uit 1913 en 1923

Madame X, ofwel Anna Élisabeth Bibesco de Brancovan was de dochter van de vorst Grégoire Bassaraba de Brancovan en de van oorsprong Griekse Helena Ralouka Musuruş-Paşa, eveneens uit een roemrijk geslacht. Anna kreeg een traditionele, franse opvoeding en werd onderwezen door een gouvernante, vaak in de bibliotheek van haar vader. Al op jonge leeftijd was ze regelmatig te gast in de salon van haar moeder. Op haar dertiende schreef ze haar eerste gedichten.

In 1897 huwde Anna de uit de hoge Franse adel stammende Mathieu Fernand Frédéric Pascal graaf de Noailles (1873–1942). In navolging van haar moeder hield Anna salon in haar statige huis te Parijs. Haar salon was lange tijd uitermate populair bij de culturele en artistieke elite uit haar tijd en werd bezocht door vooraanstaande tijdgenoten. Sarah Bernhardt, Paul Claudel, André Gide, Paul Valéry, Jean Cocteau en Marcel Proust.

Anna de Noailles kreeg in 1910 de literatuurprijs van de Académie Française en werd in 1921 opgenomen in het Franse Legioen van Eer, als eerste vrouw ooit.

 

Dia 3

Madam X in het Musée Rodin en het  Metropolitan Museum in New York.

Hier zie je links het originele gipsen portret dat Rodin dus maakte van mevrouw de Noailles. Hoewel het natuurlijk lijkt op het marmer in het Metropolitan dat je ernaast ziet zijn er toch aanzienlijke verschillen. In het marmer wordt de naaktheid van de buste benadrukt door de ruw gehakte steen aan de onderkant. De ruwe steen is afgesneden in de vorm van een avondjurk uit die tijd. Het marmer is buitengewoon glad geschuurd en dat maakt het portret behoorlijk levenloos: het zou niet misstaan op de zerk van mevrouw de Noailles. De levendigheid van de kop wordt ingeruild voor statigheid. Maar de neus is onbarmhartig met de punteermachine gekopieerd en daaraan heeft Rodins medewerker niets veranderd.

Dia 4

Portret Madame de Noailles vier aanzichten

Wanneer je de vier aanzichten bestudeert van het gips in het museum Rodin krijg je de indruk van een sterke en onafhankelijke vrouw. Niks mis mee zou je zeggen. En als je de neus omdenkt naar een andere vorm of richting, je kunt het proberen met een stukje overtrekpapier en een potlood, ontdek je pas hoe sterk de eenheid van deze kop is. Madame de Noailles is niet voor niets te rade gegaan bij de beste beeldhouwer uit haar tijd. Haar afwijzing zegt meer over haar eigen zelfbeeld dan over de kwaliteit van het portret.

Dia 5

Odalisque 1913 van M de Noailles door Ignacio Zuloaga

Dit schilderij doet onherroepelijk denken aan een odaliske, een favoriet thema in die tijd. Het is gemaakt zes jaar na de buste en Anna is hier dus 36 jaar oud.  In tegenstelling tot het gebeeldhouwde portret heeft Anna op alle geschilderde portretten haar linkerschouder ontbloot. Misschien was dat haar meest voordelige kant, vooral van haar gezicht, iets waar de driedimensionale sculptuur natuurlijk geen rekening mee houdt

Dia 6

Avondjurk (1907)  Metropolitan Museum in New York.

In de roman op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust vind je talloze beeldende beschrijvingen van de dames die in het begin van de 20e eeuw een soiree hielden in hun riante villa’s in Parijs. Een soiree was een avondfeest, vaak tamelijk formeel met een uitgebreide dresscode. Rijke dames van hoge afkomst nodigden hun kennissen uit, lieten een toneelstukje spelen, een voordracht houden of gedichten voorlezen en spraken met hun gasten over literatuur en kunst. Vanzelfsprekend waren er snobs onder hen, maar ook zeer begaafde, getalenteerde en intelligente vrouwen. Veel van Prousts beschrijvingen zijn niet van ironie gespeend.

Het moet trouwens worden gezegd dat het gezicht magerder en scherper leek doordat het voorhoofd en de slapen, dit effen vloeiende gedeelte, bedekt werd door een grote hoeveelheid haar dat men in die tijd met ‘franjes’ op het voorhoofd droeg, van achteren in kroezige krullen opstak en aan weerskanten van het hoofd in dartele blokken langs de oren liet afhangen; wat haar fraai gevormde lichaam betreft, het was moeilijk het als een eenheid te erkennen (in de door de mode van die tijd voorgeschreven kleding, hoewel zij toch een van de best geklede vrouwen van Parijs was), zozeer bedekte het lijfje van de japon, dat van voren als over een denkbeeldige buik opbolde om onverwacht in een punt uit te lopen waaronder de dubbele rokken wijd uitwaaierden, de indruk dat de vrouwen uit verschillende slecht op elkaar passende onderdelen waren opgebouwd; zoo zeer volgden de ruchetjes, de strookjes, het vest in een eigenzinnige vrijheid, die slechts werd beperkt door de soepelheid of het dessin van de stof, de lijn die tenslotte in een strik, een kanten pompon of een garnering van gitten eindigde, of langs de baleinen van het lijfje liep, maar zonder zich ook maar iets aan te trekken van het levende wezen dat, al naargelang de structuur van deze tierelantijnen, de hare nauw omsloot of op een grote afstand hield, er stijf in geperst zat of er in verdwaalde. (S P.45)

Toch is het niet alles mode wat hij beschrijft getuige het volgende fragment uit de bundel Sodom en Gomorra:

“Adieu, ik heb amper met u gepraat, zo gaat het in gezelschap, je spreekt elkaar niet, je zegt niet tegen elkaar wat je zou willen zeggen; trouwens zo is het overal in het leven. Laten wij hopen dat het na de dood beter is geregeld. In ieder geval, je hoeft dan tenminste geen decolleté te dragen. Hoewel, wie weet? Misschien loop je op grote gala’s te koop met je botten en je wurmen. Waarom niet? Kijk maar naar Opoe Rampillon, ziet u zo’n groot verschil tussen haar en een skelet in een blote jurk? Het is waar dat het haar goed recht is, ze is minstens 100. Ze was al een van die geheiligde monsters waar ik niet voor wilde buigen toen ik in de uitgaande wereld mijn debuut maakte. Ik dacht dat ze allang dood was. Wat trouwens de enige verklaring zou zijn voor het schouwspel dat ze biedt. Het is een indrukwekkend, liturgisch tafereel. Je reinste Campo Santo. (SG P.109)

Proust en Anna

Proust's eerste bezoek aan Villa Bassaraba vond plaats in augustus 1893. Hij werd voorgesteld door Louis de la Salle en Robert de Montesquiou die drie weken in St. Moritz kwamen doorbrengen. Montesquiou had de verzen van Proust gelezen en wilde ze laten zien aan Anna de Noailles, die toen zestien was en haar eerste verzen aan het schrijven was. Proust werd snel geaccepteerd als lid van de literaire kring Brancovan-Noailles die elke zomer in Amphion bijeenkwam. Maar Proust kende het Meer van Genève Evian en zijn omgeving al goed, omdat zijn ouders regelmatig in het Splendide Hotel in Evian hun zomervakantie doorbrachten

Proust en de Brancovan-Noailles-cirkel waren gepassioneerde Dreyfusards. Dokter Adrien Proust, vader van de romanschrijver, was een even gepassioneerde anti-Dreyfusard. Ten tijde van de uitspraak in september 1899 herinnert Proust zich dat hij Anna de Noailles in haar kamer in de Villa Bassaraba had gevonden, vol woede en snikken.

In augustus 1903 bracht de familie Proust hun laatste vakantie door in Evian. Dokter Proust was ziek en stierf in november. Deze laatste reis werd voor Marcel gekenmerkt door een reis naar Chamonix en de Mer de Glace in het gezelschap van Anna de Noailles en haar vrienden.

Beledigingen, waarvan er veel werden uitgesproken door mensen die op andere dagen Proust aanbaden, werden geneutraliseerd door een nummer van La Nouvelle Revue Francaise, destijds het beste literaire tijdschrift van Frankrijk, dat volledig was gewijd aan Proust. Het verscheen in 1923, slechts een jaar na de dood van Proust, en bevatte foto's van de overleden meester, niet eerder gepubliceerde fragmenten uit zijn pen, en evaluaties van critici, Franse maar ook van landen over de hele wereld. Het meest ontroerend waren de vele persoonlijke getuigenissen. De dichteres Anna de Noailles, zelf een monument van egotisme, prees Proust om zijn ... bescheidenheid. (De hertog van Gramont, een van Prousts hooggeboren vrienden, merkte ooit op dat aristocraten Proust uitnodigden voor weekenden op het platteland, niet vanwege zijn kunst, maar omdat hij en Anna de Noailles de twee grappigste mensen in Parijs waren.)

 

Dia 7

Kees van Dongen schildert Madame de Noailles

Toen Rodin haar buste maakte was madame de Noailles 30 jaar. Als zij 55 jaar is geeft zij nogmaals opdracht voor een portret, maar ditmaal aan de Nederlandse schilder Kees van Dongen. Het portret toont een opvallende rode band om haar hals waaraan het Legion d’Honneur hangt, die zij als de eerste vrouw in de Franse geschiedenis ontving.

Dia 8

Foto en schilderij

De vergelijking tussen de foto en schilderij maakt duidelijk hoezeer het schilderij een echte van Dongen is. Er is gelijkenis, dat zeker, maar er is vooral ook een zekere verfraaiing ten opzichte van de werkelijkheid.  De geflatteerde dame is slanker afgebeeld, haar houding is zelfbewuster en vooral haar gezichtsuitdrukking is jonger en straalt meer daadkracht uit. Daarnaast is er natuurlijk het plezier in de verf, wat van het doek afspat, zowel in de lichtval als in de kleuren die aan de geportretteerde en haar japon zijn toegevoegd.

Dia 9

Rodin wordt bezoeker van soirees  en ontmoet rijke dames

(bron: Musée Rodin)

In 1903 wordt Rodin benoemd tot ridder in het Legion d’Honneur. Om zijn onderscheiding te vieren, organiseert Bourdelle ter ere van hem een ​​banket in het Bois de Vélizy.

Zijn internationale reputatie trekt een nieuwe welvarende klantenkring aan. Rijke vrouwen uit de samenleving komen naar zijn atelier om te zitten voor hun portretbustes en Rodin maakt vele veroveringen,  

Links: E. Bieber, Portret van Hélène de Nostitz, circa 1902, [Ph.01913]

Rechts: Albert Durand, de hertogin van Choiseul met een paraplu zittend op een bankje, ongedateerd

Dia 10

La Duchesse de Choiseul

Claire Coudert trouwde in 1891 met de hertog de Choiseul. Ze genoot een hechte vriendschap met Rodin vanaf ongeveer 1904 tot hij hun relatie in 1912 beëindigde. In die tijd had ze zijn leven gedomineerd, hem afgesneden van vrienden en relaties en de controle over zijn zakelijke betrekkingen overgenomen, vooral met de Verenigde Staten. Ze was verantwoordelijk voor de introductie van Rodin bij de Amerikaanse miljonair Thomas Ryan, die een belangrijke rol speelde bij de introductie van zijn werk in de VS. In feite was de hertogin de agent van Rodin en voerde onderhandelingen met potentiële kopers.

Dit portret is een studie door een intieme vriend. Het was geen opdracht en het portret is informeel en vitaal. Rodin was in staat om de hertogin op een heel natuurlijke manier te observeren en te tekenen, waarbij hij haar levendige persoonlijkheid vastlegde. Het haar springt ongewoon uit haar voorhoofd; Marcelle Tirel, destijds werkzaam bij Rodin, meldde dat Rodin had bemerkt dat ze vals haar droeg en dat hij het ook zo weergaf.

 

Dia 11

Madame Eve Fairfax

Dit portret is gemaakt in opdracht van Ernest Beckett, later Lord Grimthorpe, die door de Britse beeldhouwer John Tweed aan Rodin was voorgesteld en die een van de eerste bewonderaars van Rodin in Groot-Brittannië werd. Eve Fairfax (1871-1978) was kort verloofd met Beckett en ze zat verschillende keren voor Rodin in de periode 1901-9.

Rodin bewonderde haar Engelse koelte en wat er onder haar kalme uiterlijk lag, en beschreef haar als 'Een Diana en een satyr in een'. Dit brons is gegoten uit een gipsstudie. De marmeren versie die Rodin aan Eve Fairfax heeft gegeven, bevindt zich nu in de Johannesburg Art Gallery, in Zuid-Afrika.

Dia 12

Model in het atelier

Hoe zou het geweest zijn voor Madame de Noailles om als jonge, veelbelovende dichteres in het atelier van Rodin model te zitten? Er waren haar al heel wat beroemde society-dames voorgegaan met wie Rodin een romance beleefde. Rodin stond in deze jaren sterk onder invloed van de Duchesse de Choiseul. Er is een beschrijving overgebleven van Anna’s ervaring, opgetekend door Barrès in een van zijn dagboeken. (Zie de Engelse tekst hieronder.) Daarin vertelt ze hoe onzeker ze was in het atelier, Rodin had immers een slechte reputatie. Tegelijk is ze vol bewondering voor zijn geniale blik en fabelachtige techniek, waardoor hij in zeer korte tijd haar gelijkenis in klei weet te treffen. Uiteindelijk blijkt hij enorm veel respect voor haar te hebben en haar geen enkel moment onheus te bejegenen. Zo raakt ze steeds meer op haar gemak. Uiteindelijk, als het museum drie jaar later de buste wil kopen, vraagt Rodin haar of hij het een titel mag geven: haar eigennaam of “Minerva”. Maar in haar ogen lijkt het beeld nog zo veel op haar dat de titel Minerva niet genoeg haar persoonlijkheid zal verhullen. Het werd dus Madame X. Rodin zei later: “Ik heb niet veel geluk met vrouwen, zelfs niet als het dichteressen zijn.” Bij de aflevering van het portret aan het museum meldde hij: “De dame heeft deze buste afgekeurd, hoewel ze verder een erg intelligent mens was.” En aan haar schreef hij een charmante brief, die eindigde met: “ik ben uw bewonderaar en zal dat altijd blijven omdat ik me volkomen bewust ben van uw natuurlijke en krachtige talent. Ik zou nog altijd mijn uiterste best kunnen doen in de hoop u te plezieren door een groot aantal veranderingen aan te brengen in de buste”.

Bron: “A Biography” by Frederic V. Grunfeld

Published by Plunkett Lake Press, August 2015, Musee Rodin

But of all the aristocrats whose heads passed through Rodin's hands during the decade, the most remarkable was that of Countess Anna de Noailles, the sloe-eyed princesse orientale ,.. who was also a fashionable poetess. Rodin had been carrying on a mild epistolary flirtation with the Countess since 1901, when she had sent him her first slim volume of verse, le Coeur lnnombrable, and he — with an inattentiveness not at all usual with him — had thanked her for .your book Ames innombrables... your poetry is natural, with an antique air of ease that also strikes me as wholly natural.... Marcel Proust told her that she dominated literary Paris like .that Carthaginian goddess who inspired in all men the stirrings of desire, and in some the instincts of piety.... Anatole France thought she had .genius.;1", she became indispensable to Maurice Barres and to Jean Cocteau, who fell under the spell of .the beauty of this little person, the lovely sound of her voice, which she placed at the service of a wonderfully droll sense of descriptive humor.... Born in Paris in 1876, she was the daughter of a Rumanian prince and of a Greek princess. At twenty-one she had married Count Mathieu de Noailles, whom she bore a son three years later. But her real passion was reserved for the literary life, to which she devoted all the sensitivity and brilliance that made her, by general consent, .one of the most remarkable people of our epoch...,, The Countess wanted a portrait of herself by Rodin and he was happy to oblige, inviting her to pose for him early in December 1905. The sittings took place behind closed doors at the rue de l'Universite, but afterwards she related her adventures with Rodin to Barre, who recorded her account word for word in one of the cahiers that served as his diary:

"Rodin. The first day. I arrived late. He was about to leave the studio. He took me by the hands, by the arms, and made me sit down. He threw quantities of coke into the furnace and I said, 'But Monsieur Rodin, I should be doing that.' He showed me all his statues. I guessed when I shouldn't look and I talked without looking, without having seen, and passed on to the next. I said my piece about every object. A woman who was present left the studio. He told me, 'No, you stay.' How can one disobey a genius? "He was on his knees before me. He held my feet in his hands, and it StruCk me as natural. He told me, `i have never really seen you before; I never see when I don't look fJe ne vois jamais quand je ne reqarde pas]. You have the head of a little Greek primitive. I want to do your bust.' We agreed that I would come on Tuesday. He smells of wine, it' s as though he were in a dreamlike fog but at the same time he has a sly eye. He has a very bad reputation; he's go: himself into trouble. But he respects me so much; all his gestures are reverential: this old man accompanied me bareheaded all the way to my car. Mater, at the first sitting:1 "He showed me some drawings, magnificent drawings of women, but ought one to think of drawing such things? One in particular, how could that shameless woman have dared take her melancholy pleasure in front of that old artist? He was watching to see my reaction. Very respectfully. I avoided looking at them and I said ever so naturally, 'Allons, Monsieur, I'm no longer cold; let's start working,' "Genius is a remarkable thing: in an instant he had put the nose, the mouth, the eyes, the ears in their place, with a wonderful sense of order and tranquillity; the resemblance is already there. "I maintain my reserve, my air of seriousness. I don't say, 'Is my eye large enough, Monsieur?' No pleasantries... He turns the key in the door; that frightens me. People say he takes off his clothes. He points to the drawing and says, 'What a beautiful drawing one could make of you.' He says it between his teeth as if talking to himself. Perhaps I'm not supposed to hear.

He plays the fool so as to try a lot of things and still be in a position to draw back. If the gendarmes arrive such people just look away and start to hum. One could also get the impression that he is motivated by an excess of respect for me: he kneels down, suddenly leaving his work, when I've recited some verse, and seizing my midriff he seems to do a tapping examination at waist level. I repulse him lightly and say, 'Let us pose Monsieur Rodin.' Since I'm sitting too low, he puts some blankets on a chair for me, and he wants to hold them there and not remove his hands till I've sat down. This is a false fool who manages to get his way thanks to his feigned air of distraction. I say 'I'm going to take my hat off.' He says quietly, paternally: 'Certainly, make yourself comfortable. What does it matter? Nobody can come.' "He says he doesn't know what is meant by beauty; that the Mona Lisa is old, ugly and yet beautiful. What he loves in me is the expression of contemplative sensuality. He is so intelligent, he understands everything intelligent one says to him; he achieves order with great certainty, without fumbling. He tires me out with his way of looking at me, of imagining me naked; I'm worn out by the need to fight for my dignity against his hunter' s gaze Predictably there was trouble aver the portrait when, after years of intermittent work, it was finally executed in marble. The Countess was accustomed to seeing herself full. face in society portraits that minimized the bump on the bridge of her nose. Rodin gave her what may well have been her first real opportunity to see herself from the side, as others saw her. In any case she disliked the result and decided that the bust "did not resemble"18,, her.

Rodin, though reportedly incensed, wrote her a polite letter apologizing for having had "the bad luck not to be able to please you."... Fortunately the rejected bust did not lack a buyer: it was one of ten works which the Metropolitan museum bought from the sculptor during the summer of 1910, thanks to a gift of $25,000 from the financier Thomas Fortune Ryan. Rodin duly asked the Countess's permission "to call it either by your name or Minerva, since the bust should not simply be a buste inconnu." She objected that it resembled her so much "that the arbitrary name Minerva won't make it sufficiently impersonal"... — it ought to be made unrecognizable before going to the Metropolitan. She cane to Meudon in person to express her dissatisfaction "not in poetry but in sufficiently vehement prose," as Marcelle Tirel records. "I have no luck with women," Rodin said afterward, "even when they are poetesses,.. The marble entered the Metropolitan's inventory as "Madame X," and the aCCompanying checkliSt nOted the sitter's refusal to accept the bust, as well as Rodin's comment that "otherwise she was a very intelligent person."1.. Even so he did not really bear her a grudge. "I am still and will always be your admirer,"'.,e wrote to her gallantly, "being profoundly cognizant of your so very natural and powerful talent. And later could still do my utmost to please you by making a great many modifications in the bust."

 

1000 Resterende tekens