Marlies J Vos Coat of many colors; 2026, 90 x 90 cm, olieverf, acryl en papier op doek.
De Boterhal in Hoorn opende op paarse vrijdag de tentoonstelling Spiegels.
En wel met een speciale bedoeling: de spiegel als metafoor
hoe je naar jezelf kijkt, naar anderen en dan met name naar leden van de LHBTQ+ gemeenschap.
Mag jij jezelf zijn en kun jij jezelf zijn? Hoe is het om anders te zijn? Hoe wordt je bekeken als je anders bent? Voorzitter Nanska van de Laar zei het als volgt: ¨Met Spiegels onderstreept De Boterhal de rol van kunst als spiegel van de samenleving: een plek waar maatschappelijke ontwikkelingen zichtbaar worden gemaakt en waar ruimte ontstaat voor gesprek, verbeelding en verbinding.¨
MarliesJVos maakte speciaal dit werk voor de tentoonstelling die nog te zien is t/m 1 november 2026.
Marlies J Vos Coat of many colors; 2026,
90 x 90 cm, olieverf, acryl en papier op doek.
(Foto Mandarte)
Negen wezens op één doek. Ze lijken heel erg op elkaar. Allemaal ongeveer even groot. Allemaal even jong. Allemaal twee voeten. Elk paar voeten een andere kleur dan de andere. Elk paar schoeisel een andere vorm.
In het midden een groep van zes. Een groep van zes heeft geen midden, hooguit een lijn tussen nummer drie en vier. Hier voelt nummer drie zich niet precies het midden. Hoofd naar links, een voet naar links en een voet naar rechts. Het vergemakkelijkt ons tellen van twaalf voeten.
Links van de groep komt een eenzaam figuur uit de rand. Waarom precies weet ik niet, maar ze doet denken aan een ‘zij’, een vrouw die zwanger is. Ze is de aangever van alle wezens op het doek: hoe groot ze zijn, hoe meervoudig hun sekse, hun eigen kleur, een eigen symbool op hun hoofd, hun houding, hun samengestelde kleding. Ze staat voor de moeilijkste categorie in ons denken: de mens. Er is geen mens hetzelfde op deze wereld, en toch herkennen wij de wezens direct als mensen. Ook al zien ze er totaal anders uit dan wij.
Rechts van de middelste groep staat de kleinst mogelijke groep: twee figuren. Iets los van de rand. Minder benauwd. Maar ze overlappen elkaar bijna halverwege. In de middengroep overlappen alle zes figuren elkaar. Althans hun hoofden. Hun jassen vormen tezamen één groot patchwork, van kleine uitgescheurde stukjes foto, de scheurranden zijn nog als witte contouren te zien. Als links een blanke staat en rechts twee donkere, dan staan alle kleuren tussen hen in.
Scheuren is karakter, het toont respect voor de herkomst. Een schaar of mes kan dat niet. De scheur betrekt de ondergrond in het beeld erbij, de drager van het beeld. De scheur versterkt de eigen contour. Wij worden nieuwsgierig naar het origineel waar deze vlok wordt uitgenomen. Al deze vlokken vormen samen een nieuw totaal. Je vermoedt dat de aanwezigheid van het groen fluorescerende kameleon oog geen toeval is. De man in zwart en grijs, die op je neer kijkt, ook niet. En de oranje arm, links in het midden, onder de gele schelpen, zeker niet. Je kunt je goed voorstellen dat de kunstenaar zich bij het verzamelen liet leiden door geheime verbanden, waar wij nog niet aan toe zijn. Haar maakproces was oneindiger veel trager en intensiever dan ons kijken op dit moment, je zou willen dat je het werk zo lang voor jezelf had.
Dit hele tafereel is een grote jas van kleuren. Een samenstelling van fragmenten in ontelbare kleuren, fragmenten die elkaar niet bijten, kleuren die elkaar wonderwel verdragen. Een deken als een quilt waaronder het goed is samen te zijn. Maar vrijer dan de vaak strenge geometrische patronen. Hier volgen de scheurranden niet een vaststaand patroon, meer een detail of opvallende scheidslijn van de originele afbeelding. Deze grote jas herbergt onverwachte tegenstellingen.
Het is geen quilt en geen patchwork. Het is lijm over verf, papier in lijm, verf, lijm en papier op strak gespannen doek. Het is gladder dan de oude kunst, platter, directer, indringender. Er is geen tijd voor omtrekkende bewegingen. Ze zijn er allemaal, tegelijkertijd. Elk met een eigen schoonheid, een eigen eigenheid, een even gelijkwaardigheid.
Niemand van ons is één. Ieder van ons herbergt meerdere eigenheden. Ik ben een denker, kijker, muzikant. Ik ben wanhopig, blij, ongelukkig, welvarend en vertwijfeld. Ik wou dat ik een ander was. Ik ben jaloers op jouw schoenen, jouw haar, jouw kleur. Jij maakt me bang én nieuwsgierig. Ik sluit me liever aan bij de rest in het grijs maar het grijs is hier niet meer te vinden. Zelfs de hoofden hebben hun eigen kleur, misschien hoor ik een beetje bij de tweede van links in de middengroep. Eigenlijk hoop ik van niet. Kleur is fijner dan kleurloos. Moediger. Opvallender. Opvallen mag. De ander onderzoeken, aankijken, aanspreken. “Hé, jij ook hier? Goed je te zien!”
Werk Marlies many colors
Wat een mooie beschrijving bij het werk van MarliesJVos. Ik kan niet wachten om het in het echt te zien.Abonneren
Rapporteer
Mijn reacties