Ari Berkulin ' Noviomagus' 1995, Waalkade Nijmegen
Het is prachtig, warm zomerweer in Nijmegen, in de lente, 22 dagen voordat de zomer werkelijk begint. De temperatuur is 29 graden Celsius, de wind Oost tot Noordoost kracht 2. Ofwel: het weer is compleet in de war. En dan zie je op een verlaagd plein langs de kade een Kunstwerk staan. Hoe je weet dat het Kunst is? Dat is heel simpel. Dit is Kunst omdat het nergens op lijkt en ook nog eens totaal nutteloos is. Het beeld zelf is net als het weer ook totaal in de war, zo lijkt het.
Het kunstwerk bestaat uit twee vierkante platen die op elkaar liggen. Daarop staan drie stalen kolommen, van elk wel negen meter hoog. Boven op die kolommen liggen ook weer twee vierkante stalen platen, net als die beneden, op elkaar. De kolommen staan netjes geordend langs de rand van de platen. Ze staan op de drie hoekpunten van een onzichtbare, gelijkzijdige driehoek. Het ene hoekpunt ligt precies op de midden-as van de voorste vierkante plaat. De andere twee hoekpunten liggen allebei bij een hoek. Een driehoeksverhouding symmetrisch op een vierkant vlak. Een strenger, eenvoudiger, evenwichtiger, harmonischer beeld kun je je nauwelijks voorstellen.
Maar er is iets verschrikkelijks gebeurd. Op een of andere manier is de tweede plaat van onderen gaan verschuiven, over de onderste plaat. En in de draaiende beweging gingen natuurlijk ook de kolommen mee, en zo draaide ook de een-na-bovenste plaat mee. En nu liggen de onderste en bovenste plaat nog in het gareel maar zijn de twee ertussen in verschoven. Het ergste is nog dat alle drie de kolommen van het Kunstwerk nu opeens scheef staan.
Niet ver daarachter zie je de zuiver horizontale brug over de Waal met loodrecht afhangende stangen en langs de waal loodrechte kolommen waaraan de schepen gemeerd liggen die mee kunnen stijgen en dalen met de stand van de rivier. En overal om deze plek heen staande masten van motor- en zeilschepen, allemaal fier omhoog, met wimpels en katrollen in top. In dit woud van zuivere verticaliteit hoort dit misbaksel natuurlijk niet thuis. Of… misschien… toch wel (een beetje, dan)?
Het kunstwerk heet Noviomagus (naar het Latijn voor Nijmegen) en is in 1995 gemaakt door de beeldhouwer Ari Berkulin (Gemert, 18 juni 1939 – Zierikzee, 31 maart 2025). Hij vertelt in de filmpjes waarvan ik hieronder de Link deel, hoe het beeld tot stand kwam: “Ik had eerst een vaste vorm. Maar op een gegeven moment besefte ik dat het een constructie was die zichzelf opsloot, door zijn eigen gewicht. En dat vond ik wel interessant en daar ben ik op doorgegaan.”
Ho even, dus geen ongelukje, maar echt de bedoeling. En nu ontdek ik dat het beeld tegenwoordig op een andere plaats staat dan waar het oorspronkelijk stond. Er is een video over te vinden, waarin de kunstenaar zelf over het beeld vertelt en er bovendien een campagne gestart werd om het beeld terug te brengen naar zijn oorspronkelijke plek:
https://www.youtube.com/watch?v=GEGiQ1rd1y8 én https://petities.nl/petitions/maak-novio-magus-aan-de-waalkade-1995-van-arie-berkulin-weer-rondom-zichtbaar.
De situatie van het beeld zoals ik het nu aantrof (voorjaar 2026)
De teleurstelling over de verplaatsing van het beeld naar zijn huidige standplaats is begrijpelijk. In de filmfragmenten van hierboven wordt het wel iets dik aangezet, maar vooral het argument dat je er niet (goed) omheen kunt lopen, vind ik belangrijk. Wat de kunstenaar in de video laat zien is opmerkelijk: “ Je kunt het beeld dus recht maken, zo dat die staven rechtop staan, en als je het dan loslaat, zakt het in elkaar door zijn eigen gewicht, in een bepaalde stand. En toen kwamen ook die Romeinse cijfers tevoorschijn”. Met andere woorden: het hele beeld is ontstaan op grond van intuïtieve aannames en ontdekkingen tijdens het ontwerpproces. Dat tekent de echte kunstenaar. Niet het ontwerp (als een baken aan de rivier) is zaligmakend, maar wat er gebeurt tijdens het maken is minstens zo belangrijk. Er ontstaat een verrassing die de kunstenaar bij zijn lurven grijpt en hem of haar doet inzien dat hier iets gebeurt, dat waardevoller is dan het brein heeft uitgedacht. En omdat de kunstenaar dat op de juiste manier uitwerkt, komt de verrassing ook over bij ons.
Het is een machtig mooi beeld. Wat mij betreft komen de Romeinen niet alleen terug in de vier cijfers die je kunt lezen in de stand van de kolommen, als je om het beeld heen loopt. Het is ook het oog naar de hemel boven in het beeld, op z’n Romeins de ‘Oculus’ die herinnert aan de Oculus in het Pantheon in Rome. En het is fantastisch om te zien wat er gebeurt als het gewicht van twee stalen platen en drie stalen kolommen de constructie uit zijn balans trekt, op zoek naar een nieuw evenwicht. Bovendien is het een mooie puzzel om je af te vragen hóe de constructie precies is vastgeklonken tussen de twee platen onderin en boven, om ervoor te zorgen dat het beeld nog steeds overeind staat, nu na 31 jaar. Om maar te zwijgen over de absoluut nog nooit vertoonde geometrische afwijking die in staat is een esthetische wankelheid op te roepen, en tegelijk te suggereren dat het tussenbeeld, het beeld tussen de onderste en bovenste plaat, in beweging is.
Ook de gedachtegang om hem dichter bij de brug te plaatsen is begrijpelijk, maar het had niet in een verdiept plein gemoeten, maar juist op een verhoging, liefst eentje waar een kunstenaar de afmetingen voor zou geven. Kunst in de openbare ruimte is gedwongen zich altijd te verhouden tot de omgeving, en als de omgeving verandert, moet ook het kunstwerk daarin meegenomen worden. Wat hier precies tot de verplaatsing geleid heeft, weet ik niet. Dat het ietwat ongelukkig uitpakt, ziet iedereen wel. Zet hem hoger boven de rivier en het wordt een baken van jewelste: een teken van de nieuwe tijd, dat zich kan meten met de hoogste kerktoren.
Abonneren
Rapporteer
Mijn reacties