(Leestijd: 4 - 8 minuten)

 Carel Visser (1928-2015), Dubbelvorm 4, 1958, ijzer. (Foto Mandarte 2026)

In de tegenoverliggende tuin, aan de andere kant van het fietspad, heeft Titaan het gesprek tussen Mercurius en mij gehoord. Wanneer ik om de Dubbelvorm van Carel Visser heenloop, begint hij te praten.

“Ik hoorde jullie wel, maar kon niet alles volgen, mijn Italiaans is niet best.”
“Tjee, antwoordde ik verrast, ik ken jou al jaren, Titaan, maar je hebt nog nooit wat tegen mij gezegd.”
“Nou, ik heb jou anders ook nog nooit horen praten met een beeld, in de tuin hier.”

TitaanTitaan Abraham Hesselink,
ca. 1910 - ca. 1911; RMA ObjectnummerBK-B-110;
Foto mandarte 2026;
Rode cirkel rond steen tussen benen
Hij heeft gelijk. Dat doe ik nooit. Ik moet oppassen dat ik niet in mijzelf ga lopen praten, dat is iets voor oude mannen, niet voor mij. Maar ik hoef niet bang te zijn, Mercurius begon er zelf mee.
“Mercurius begon hoor,” zeg ik.
“Oh. Weet je waar ik blij mee ben? Dat ze die stomme rechtopstaande rioolbuis bij hem hebben neergezet en niet hier bij mij.”
“Nou, nou, beetje meer respect alsjeblieft, Titaantje, het is wel een werk van onze allerbelangrijkste beeldhouwer.”

“Hè, kom nou. De belangrijkste beeldhouwer was Abraham Hesselink, die mij heeft gemaakt in de eerste 10 jaar van de vorige eeuw. Mercurius is ouder dan ik en dat kan je wel zien ook.”
“Jij beweert wel veel, Titaan, maar op Abrahams website staat dat jij stamt uit 1891 en niet zoals op het bordje hier uit 1910. Wie er gelijk heeft weet ik niet, de website
https://nl.wikipedia.org/wiki/Abraham_Hesselink_(beeldhouwer) of of het Rijksmuseum https://www.rijksmuseum.nl/nl/collectie/object/Titaan.
Maar ik vind je verdacht veel lijken op de de beeldhouwstijl van Mercurius. En ik weet toevallig dat Brammetje ook in Parijs heeft gestudeerd, waar de maker van Mercurius woonde. En dan lijkt het erop dat jij zeven jaar ouder bent dan Mercurius, dus ik zou maar even een toontje lager zingen. Het past je ook niet om zo grootsprakig te doen, jullie hebben al eens een wedstrijd verloren, weet je nog?”

Nu kijkt hij mij vuil aan en het ontbreekt er nog maar aan dat hij niet begint te schuimbekken.

“Gadver, wat een misselijkmakend wetenschappertje ben jij, zeg. Met je Carel Visser. Tjonge ,tjonge, dat de edele beeldhouwkunst zo snel in verval is geraakt. Kun je dat soms verklaren, betweter?”

Ik had de aanval kunnen verwachten. Je zult daar maar staan, klaar om de eerste steen te gooien, die je tussen je benen houdt, terwijl je andere arm boven je rug zweeft voor de balans. Al meer dan honderd jaar. Heb ik dan wel recht van spreken? Ik besluit in te binden. Ik ben tenslotte, ook in deze tuin, de zwakste partij.

“Zeg eens Titaan, voordat ik je daarop antwoord geef, waarom ben jij blij met de dubbelvorm en dat niet de Jacobsladder bij jou staat?”
“Heel eenvoudig. Ik heb smaak!”
“Smaak?”
“Ja, dat had je niet gedacht hè? Ik weet wat mooi is. En wat mooi is, is goed. En die dubbeldekker hier is tenminste af. Maar die buis aan de overkant zit vol met gaten.”
“Uk, oké. Maar dat heeft toch niets met smaak te maken. Dat is een oordeel over de constructie, zou ik zeggen.”
“Als de constructie niet goed is, dondert de hele boel om. Heb jij je wel afgevraagd hoe het kan dat die pijp daar overeind blijft staan? Zelfs als het waait?”
“Dat is nog steeds geen smaakoordeel. Immanuel Kant zou je neersabelen.”
“Wie is dat nou weer? Loopt die hier ook?”
“De smaak waar jij het over hebt, komt volgens Kant voor als een voorwerp is geschapen uit een belangeloos welbehagen. En dat is bij allebei, de Dubbelvorm en de Jacobsladder in gelijke mate aanwezig. Net als bij Jou en Mercurius trouwens. Dus jou smaak kan je echt geen voordeel opleveren voor de Dubbelvorm.”
“Aargh. Oei oei. Ouhw. Wat een praat. Dat is wat jij hebt praatjes. Maar smaak… Wij woonden al op deze aardbol voordat Plato de kunst uitvond. Maar jij komt nog maar net kijken. En jij zal weten wat smaak is? Nou zeg op, welk beeld vind jij het mooist, namenkakker?”

Ik ben in mijn eigen val gelopen. Hij heeft gelijk. Ik heb geen smaak. Helemaal niet. Ik vind alles even mooi. Zolang het maar kunst is. Niet gewoon bijzonder of zo, maar iets meer dan dat. Belangeloos. Ongericht. Harmonieus. Dat alles klopt. En de rest is tijdsbeeld. Titaan en Mercurius, twee neoclassicistische sculpturen. Tijdgenoten van elkaar. Dubbelvorm en Jacobsladder, 1954 en 1958. Ook tijdgenoten van elkaar. Niet-figuratie. Abstractie. Betekenisloos.

“Kijk hem nou toch staan, de professor met zijn weet-niet-bekkie. Muisstil. Uit de kraaien hierboven komt nog meer geluid. Hé, jij daar. Ik vroeg je welk beeld je het mooist vindt.”
“Wat heb je daar tussen je benen, Titaan?”
“Een rotsblok meneertje, zo zwaar dat jij hem niet eens van de grond krijgt.”
“En als ik de voorkeur geef aan het verkeerde beeld, gooi jij mij daarmee dood?”
“Stel je niet aan, schijtert. Zo belangrijk ben je niet hoor, sterveling. Jij komt heus wel om uit jezelf, daar ben ik niet voor nodig. Nou, welk beeld?”
“Dubbelvorm”
“Pleaser. Onzelfstandige estheet. Bangerik. Vertel me waarom. Geen smoesjes, want ik heb je door. Als je me voor de gek denkt te kunnen houden, kom je niet levend deze tuin uit. Dus: w-a-a-r-o-m-?”
“Omdat ik zie dat de dubbelvorm is ontstaan uit de vlucht van een vogel met uitgespreide vleugels. De bovenkant is de vogel, de onderkant zijn spiegeling in het water waar hij overheen vliegt, of zijn schaduw. De koppelingen ertussen laten zien dat hij nooit alleen is maar altijd vergezeld wordt door die andere ik. De tastbare vogel zit vast aan zijn digitale vorm.”
“Oh nee, nee, nee, nee, mannetje. Dat wéét je, want dat heb je ergens gelezen. Dat heeft niets met smaak te maken. Dat gebruik je om anderen – en mij – te overtroeven. Nee, jij weet niet écht wat mooi is. Zo droevig. Ik heb met je te doen. Dat je een heel leven lang moet doen alsof. Zo sneu…”

“Dat kun jij niet weten. Jij weet niet hoe het voelt om tegenover een geboetseerde Titaan te staan die twee keer zou oud is als ik ben en teruggrijpt op een geschiedenis van vóór onze beschaving. Je doet pedant, brok brons, maar jíj hebt geen smaak. Jij bent alleen maar ijdel op jezelf. En wat je niet kent, dat keur je af. Net als Mercurius weet jij helemaal niets over Jacob. En ook niet over een dubbelvorm. Zal ik jóu eens wat zeggen? Jij bent zelf een dubbelvorm, samen met Mercurius. Jullie zijn gewoon twee augurken uit dezelfde pot nat. En dat gaat dan beetje minachtend staan doen over mij. Nog erger. Over Carel Visser. Maar die maakte tenminste na vier jaar een totaal ander beeld. Een beeld dat jij niet eens zou kunnen dromen. Nou weet je het.”

“Ahu? Is dat jou smaakoordeel? Of draai je er om heen? Ik weet nog steeds niet waarom je dit beeld mooier vindt dan dat andere. Spreek op, geleerde heer, maar graag in een taaltje dat ik kan begrijpen.”

“Laten we samen kijken, Titaan en niet meer zo narrig doen. Samen kijken geeft je altijd plezier. Én nieuwe woorden.
Ik begin bij het bovenvlak, in het midden. Een dikke ijzeren rechthoekige doos. Ik noem het, vanwege de overeenkomst met een vogel, het lijf. Uit het lijf steken links en rechts twee precies dezelfde rechthoekige dozen. Dat zijn de vleugels. Hun verhouding is anders dan die van het lijf. Ze lijken meer op een platte balk dan op een doos. Ze zijn precies vast gelast in het midden van het lijf, zodat de omtrek rond de vleugel overal gelijk is. Aan de voor- en achterkant van het lijf zijn op dezelfde manier ijzeren dozen gelast. Deze zijn meer breed dan diep. Ik noem ze kop en staart. Tenslotte zie je hoe de bovenste en onderste vogel aan elkaar gelast zijn door twee verticale dozen, die smaller zijn dan de vleugels.
Ik sprak straks over spiegeling en schaduw. Maar ik weet iets meer over Carel Visser. Dus je zou het ook mogen interpreteren als de paring van twee vogels, op de kop van een paal. En dat kun je zien doordat het hele honderden kilo’s zware dubbelbeeld, rust op één rond kolommetje, precies in het midden. Ik vind het hele beeld een wonder van evenwicht, door zijn herhaling van dezelfde vormen, die alleen in formaat van elkaar verschillen zó dat ze samen gelast een silhouet van een vogel oproepen. En volgens mij is dat SMAAK, de bevrediging van schoonheid door eenvoud.”

Dubbelvorm 4Dubbelvorm 4 Schuin linksvoor. (Foto Mandarte 2026)“Nou zeg, was daar nou al dat gedoe voor nodig. Je hebt me overtuigd. Als je nou eens begonnen was met gewoon te vertellen wat je ziet, was het allemaal veel makkelijker geweest. Goed, wie weet zie ik je nog eens. En dan kunnen we anders beginnen dan vandaag.”
“Dank je, Titaan. Peace. Het ga je goed.”
“Ja, jij ook, loopvogel. Ik hoor je graag nog eens!”

 

1000 Resterende tekens