(Leestijd: 3 - 5 minuten)
Eindelijk

Met de titel wordt de toon gezet. Wanneer je vele bronnen mag geloven, was het Erwin Olafs liefste wens, om door het Stedelijk Museum Amsterdam erkend te worden als volwaardig kunstenaar.

In de Groene Amsterdammer (8 januari 2026 jaargang 150, nr. 1-2) beschrijft Koen Kleijn dat het volgens hem ‘toch niet zo vreemd is’ dat zijn werk daar nu pas te zien is. En als Kleijn zoiets schrijft, is het altijd de moeite waard om het artikel goed te lezen.
Olaf was volgens Kleijn een zeer begaafd reclamefotograaf, waarmee hij zijn brood verdiende. Dat maakte hem tot een geweldig vakman, maar niet tot iemand die de kunst vernieuwt. En dat was de reserve waarmee het Stedelijk Olaf bejegende: een epigoon, niet een baanbreker. Het stedelijk gaf de voorkeur aan Ed van der Elsken, Nan Goldin, Rineke Dijkstra, en Jeff Wall. Het werk van Erwin Olaf was net iets te ambachtelijk, gepolijst.

Hogere Kunst

GriefErwin Olaf Grief 2007 ) Geïnspireerd op de kwelling voor Jacqueline Kennedy
na de dood van haar man. (https://www.erwinolaf.com/art/Grief_2007/artist_statement)

Volgens de conservatoren dus een gebrek aan Hogere (echte) Kunst. Kleijn sluit zich bij hen aan: Olafs foto’s blijven altijd gecontroleerd en esthetisch volmaakt, maar ze verontrusten niet echt en dat maakt ze ‘conventioneel’. “De stap naar ware ontregeling zette Olaf niet. De virtuoze fotograaf bewaakte schoonheid en evenwicht.” De spijker op zijn kop, Koen, zou ik zeggen. Maar niet voldoende reden om Olaf de toegang tot het museum te weigeren. Ik ben meer van deze tentoonstelling onder de indruk dan van die van Kiefer, vorig jaar. Het is maar net welke periode in het oeuvre jouw voorkeur heeft. De jonge, doorbrekende Kiefer of de oude? De jonge, doorbrekende, registrerende Olaf, of de oude, geraffineerde estheet. Het is in deze tentoonstellingen niet alleen het oeuvre dat het meeste gewicht krijgt, maar zeker ook de wijze van presentatie door het museum. En niet te vergeten de waardering van het publiek dat niet zo hoog geschoold is als de conservatoren, die er onlangs van Jan Dibbets nog flink van langs kregen.

DanstheaterErwin Olaf Nederlands Dans Theater 01, 2009

Is van Gogh verontrustend? Of Rembrandt? Of Ger van Elk of Rineke Dijkstra? Geeft hun werk ons werkelijk een grotere schok dan Erwin Olafs Nederlands Dans theater? Misschien is het niet de schok van het werk alleen, maar vooral de tijd waarin de schok plaatsvindt, de schok die extra kracht krijgt doordat hij onverwacht komt. En of ‘ongepolijst’ een kwaliteit is, vind ik nog maar de vraag. Zeker polijstte Rembrandt zijn werk tot in hoge mate. Net als Michelangelo en Artus Quellinus en Vincent van Gogh en Robert Mapplethorpe. En waarom kan het museum geen foto’s van Erwin Olaf ophangen naast foto’s van Rineke Dijkstra? Het zou goed kunnen zijn dat ze elkaar versterken. Het zijn beiden kunstenaars met een enorme controledrang. Hoogbegaafde freaks. Doorgewinterde estheten.

Criteria

De criteria die het Museum zelf aanlegt bepalen wat wij te zien krijgen. Dat is hun (grote) verantwoordelijkheid en daarop berust ons vertrouwen. En er zijn heel wat dappere initiatieven te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam, intellectuele hoogstandjes, vrouwvriendelijke exposities en internationale doorbraken, waar wij amateurs regelmatig geen barst van snappen, of geen gevoel bij krijgen. Ze moeten dus echt en vooral hun eigen koers blijven varen. Maar een ‘epigoon’ als Erwin Olaf laten zien, nadat hij al jaren aan heel wat wegen - niet alleen de reclame - getimmerd heeft, is best een goed idee. Het houdt ons warm voor de kunst.

Erwin Olaf Im Wald auf dem See 2020 h800

Arnold Böcklin Die Toteninsel V Museum der bildenden Künste LeipzigBoven: Erwin Olaf Im Wald 2020
Onder: Arnold_Böcklin_Die Toteninsel V 1883
(Museum der bildenden Künste Leipzig)

“Het is een raadsel of Olaf met Im Wald meer wilde zeggen dan Böcklin en Friedrich al hadden gedaan. Ergens wordt iets van een Erlkönig-achtige sfeer opgeroepen, een sfeer van aanranding, een pederast in het bos, een gevaar maar het blijft bij ‘iets’.” Schrijft Koen. Het is alweer de spijker op zijn kop, door een kunsthistoricus die de inspiratiebronnen van Erwin Olaf kent.
Die pederast had ik nog bij niemand anders gezien. Maar het is niet alleen van belang ‘wat’ er te zien is. Het gaat ook om het ‘hoe’. Het ‘hoe’ is hier geënsceneerde fotografie. Je moet er niet aan denken wat er voor nodig was om deze platen te scheppen. Met deze composities, rekwisieten, modellen, kleuren, belichting en afdrukkunst. Allemaal eigenschappen die horen bij dit tijdperk waarin ze gemaakt zijn. Ze overtreffen voor ons ‘kunstkenners’ inderdaad Böchklin misschien niet. Maar ze spreken door de middelen van onze tijd. Dat maakt ze heel direct en toegankelijk, en wekken ze zeker evenveel gevoel als de 19e eeuwse natuurtaferelen. De foto’s zijn democratischer dan de olieverfwerken in de grote musea. Ze kunnen zelfs op televisie, voor een groot publiek.

Hermaphrodite endormi (Louvre)Anoniem Hermaphrodite endormi (1e eeuw na Chr.) uit het Louvre
nu in het Rijksmuseum Amsterdam voor de tentoonstelling Metamorfosen

Skin DeepErwin Olaf Skin Deep 2016

De spieren van Michelangelo zijn de spieren van het Danstheater nu.
De hermafrodiet in het Louvre is de Skin Deep, Recycling Nude no 5 van nu.
Deze foto’s zijn niet alleen kunstzinnige decors. Het zijn getuigen.
Getuigen waarin wij onze herkomst, onze cultuur en onze eigen wereld herkennen.
Is dat geen Kunst?

 

1000 Resterende tekens