Dier 1523
Plotseling zag ik het beest, midden op het pad voor mij.
Hoe was het mogelijk dat ik het nog niet gezien had?
Het was rood en roze met een streep geel en wat bruin en het stak helder af tegen het wit.
MarliesjVos (juni 2025) Dier1523 1
Ik denk dat ik het eerst de oren zag. Twee lange haasachtige bladeren, boven op de kop.
De kop leek wel een beetje op die van een hond, met van die buldogwangen en zo'n stompe bek.
Er stak een brede roze tong uit. De wangen hadden iets van mandarijnenpartjes, maar het konden ook garnaaltjes zijn .
Een samengesteld dier.
“Heb je het niet koud,” vroeg ik terwijl ik natuurlijk geen antwoord verwachtte. Ik wilde gewoon vriendelijk zijn.
“Helemaal niet,” zei het beest. “Ik heb een dikke huid.”
“Oh, heb je geen honger ?” “Nee. Ik heb net gegeten.”
Meer trivialiteiten kon ik zo gauw niet verzinnen en het gesprek stokte even.
“Wat doe je eigenlijk hier?” vroeg ik even later.
“Ik wacht op die dame van nummer 1522.”
“Ach, heb je een date?”
“Nee. Maar ik weet dat ze straks langskomt en dan hebben we een kleine conversatie.”
“Ja, ja, dure woorden gebruik jij.”
“Nou , het is anders een heel oud woord hoor, voor mij.”
“Hoe weet jij dat?”
“Nogal logisch, ik kom uit de toekomst.”
“En hoe heet jij dan ?”
“Ik ben Dier 1523”
“Goed, dag Dier 1523, ik ga maar weer eens even naar binnen.”
Onder ons gezegd, werd het mij een beetje te gevaarlijk. Ik heb het sowieso niet op honden en dit dier wond zich duidelijk op. Er verschenen donkerrode spikkels op zijn rug en hij begon zich op te richten, tussen de twee flappen die hij naast zich in de sneeuw had gelegd. Of hij tanden had kon ik niet zien, maar je weet het maar nooit. Dus ik droop af en hij - of zij - zakte weer terug op het pad.
Binnen wachtte mijn vrouw mij op. Zij had ons door het raam van haar atelier gadegeslagen .
“Wat stond jij daar te doen, al die tijd, in de sneeuwkou?”
“Ik had een klein conversatietje - zoals hij of zij het noemde- met Dier 1523. Hij kwam uit de toekomst, zei hij.”
“Ach wel nee, Ik heb hem vorig jaar juli of zo gemaakt. Hij is in de war of hij snapt niets van die tijd.”
“Nou, hij wachtte op een vrouw van 1522, zei hij.”
“Zie je wel. Hij is echt in de war, wat sneu.”
“Ik begrijp het niet, hoezo in de war en hoezo sneu?”
“Vrouwtje 1522 komt niet terug. Zij bracht op 1 augustus 1522 een brief voor Desiderius Erasmus naar paus Adrianus de Zesde. Een erg mooie, lange brief dat wel. Zulke brieven maakt zelfs de paus wel open. Maar daarna is ze weer teruggegaan naar Froben in Basel, waar Erasmus toen zijn drukproeven corrigeerde. Heeft 1523 dat niet tegen je gezegd?”
“Nee, het was echt alsof hij het over nu had. Erasmus, leefde die niet niet in de Gouden Eeuw?"
“Ja toch, ik zei niet voor niets dat hij in de war is. Hij haalt verleden en toekomst door elkaar.”
“Nou ja, dat doe ik ook wel eens. Het is vandaag 11 januari. Daar was ook iets mee, maar ik weet niet meer wat.”
Ik was eigenlijk nog niet uitgesproken maar werd onderbroken door een ratelend vuurwerk achter de schutting. Geschrokken keek ik naar buiten, maar Dier 1523 bleef rustig liggen, zijn kop of hoofd iets opgericht, wel op zijn hoede. Toch maakte ik mij zorgen en stapte weer naar buiten.
“Zeg beest, ben je niet geschrokken van dat vuurwerk?” Verbaasd keek hij naar me op.
“Vuurwerk? Dat is jaren geleden afgeschaft,” zei hij en toen “weet je wel wat voor dag het is vandaag?”
“Natuurlijk,” antwoordde ik, “het is 11 januari 2026”
“Nee,”zei het beest, ik bedoel niet de datum maar wat er speciaal is aan die dag.”
“Ja, er is iets mee, maar ik weet niet meer wat,” gaf ik toe.
“Nou,” zei hij, “1523 dagen is gelijk aan 150 jaar. Vandaag is die mevrouw achter het raam zo lang getrouwd. “
Ik stond paf. 150 jaar getrouwd?
“Jij komt echt uit de toekomst, jij!" zei ik. "Zeker 98 jaar!”
“Ach wat. Gefeliciteerd!”
1 U vindt mij tussen al mijn vrienden op de website van Marlies Vos (klik)
Abonneren
Rapporteer
Mijn reacties