(Dit is de laatste aflevering over De Dag van Michelangelo)
Aanleiding.
Deze vraag stelde ik mij naar aanleiding van de kleischets van Artus Quellinus voor De Dag van Michelangelo. Ik heb er 6 artikelen voor nodig gehad, meer dan 6000 woorden, om nog steeds niet tot een bevredigend antwoord te komen. Er zijn wel een aantal redenen die ik al schrijvend tegenkwam.
Intussen is een nieuw jaar aangebroken. Zes afleveringen vielen in het oude jaar. De laatst geplande, M7, wordt de eerste van het nieuwe jaar. Onbedoeld ligt er een zekere symboliek in. In het oude jaar somde ik wat bijzonderheden op rond Michelangelo’s Dag. In het nieuwe jaar vraag ik me af wat hij nog betekent voor de toekomst. En voor mijn schrijven - als specialist moderne beeldhouwkunst.
Antwoord: Zo beleven wij de groten
Omdat wij nu anders kijken dan in de tijd dat De Dag is ontstaan, zegt het beeld iets over ons, iets over de tijd toen en misschien zelfs iets over onze toekomst. Het brengt het onzegbare teweeg. Het onzegbare is ons gevoel.
Zo worden de groten groter. Als ze eenmaal terecht komen en worden geaccepteerd in kringen met hogere standaarden, worden de eisen aan hen gesteld en die ze zelf stellen, ook steeds hoger. En daarmee hun moed, zelfvertrouwen en avontuur.
Met bovenstaande dia eindigde ik in 2021 mijn video-presentatie Johan Tahon - Silver Valley [1] Ik schreef er de volgende tekst bij:
Maria (De Pietà) en (De burgers van) Calais, Michelangelo en Rodin, ongetwijfeld inspiratiebronnen voor Tahon. Beelden die hun kracht ontlenen aan hun spiritualiteit: het gaat niet alleen om wat je ziet, maar vooral ook om wat er niet te zien is. Om het innerlijk en het beleven waar deze sculpturen voor staan. Om met een groot woord te benoemen: de emotie. De emotie die wij herkennen.
Het is belangrijk om ons nog steeds bezig te houden met Michelangelo, niet om Michelangelo, maar om wat zijn sculpturen teweeg brachten en voor sommigen van ons nog steeds teweeg brengen. Het beeld is een poort die toegang geeft tot een grote hal waarin rijen sculpturen staan. En elk van die sculpturen is ontstaan in een andere tijd. In een tijd waarin mensen anders voelden dan in een andere tijd. Één van die sculpturen is De Dag, die ik voor het eerst zag toen ik 29 jaar jong was. Ik werd overmand door een mix aan gevoelens van verschillende aard: bewondering, onzekerheid, jaloezie, en afkeer. Waar sommige vandaan kwamen begreep ik, van andere begreep ik het niet. Ze werden allemaal zonder twijfel opgeroepen door het beeld zelf.
De vorm, de inhoud en de functie van het beeld hadden niets met mij en mijn tijd te maken. Ik kreeg ze later, tijdens een intellectuele studie kunstgeschiedenis mee. En ze vormen hooguit het antwoord op de vraag: ‘waarom zouden we nu geen Michelangelo’s meer moeten maken’.
Wat het beeld in mij opwekte, toen bij de eerste ontmoeting, oversteeg alle intellectuele wetenschap. Wij waren samen, even, als enigen de hele aanwezige wereld.
Ik ben ervan overtuigd dat toen de poort naar de kunst voor mij werd opengezet. De poort waardoor ik nog steeds die grote hal betreed en elke keer weer verrast wordt wanneer een nieuw beeld verschijnt, uit onze eigen tijd, hoe onbegrijpelijk dat beeld ook lijkt, en hoe onbegrijpelijk onze tijd.
Dat is waarom wij ons niet alleen met Michelangelo zouden moeten bezighouden, maar met alle kunst, omdat ze ons iets onzegbaars doet beleven. Iets onzegbaars waarvan we aanvoelen dat het ons verder zal brengen, waarheen dan ook. En de echte groten uit alle tijden openen de poorten naar die hal.
[1] https://www.mandarte.nl/videos/527-johan-tahon-silver-valley

Abonneren
Rapporteer
Mijn reacties