In het weblog staan algemene artikelen over beeldende kunst, dingen, woorden, aanwezigheid.
Zondagmiddag 17 juli, exact om 13:30, als we zullen beginnen aan onze wandeling, stort de hemel al haar water leeg in een felle windhoos, terwijl wij schuil houden onder de luifel van de voormalige Rijksverzekeringsbank, bij het beeld van Hildo Krop. Na tien minuten wordt het droog, en kunnen we met opgewekt gemoed aan onze wandeling langs de beelden beginnen. Op een enkele druppel na, houden we het de verdere middag droog.
- Gegevens
Modulation of Space I (1963)
Wat is dat eigenlijk, ‘Moduleren van de ruimte’? Lastig, zo’n titel. Waarschijnlijk bedoelt de kunstenaar er iets mee wat ik zou moeten snappen, doordat het beeld aanwezig is en de ingewikkelde woorden betekenis geeft. Want ‘moduleren’ is geen eenvoudig woord, en ruimte al helemaal niet.
- Gegevens
Als ik toch eens ooit helemaal alleen, een hele dag mag doorbrengen met één beeld in één ruimte, dan kies ik voor deze van Eduardo Chillida: Modulation d’espace II uit 1963 (nu in het Wilhelm Lehmbruck Museum in Duisburg).
- Gegevens
Op 09-11-2010 mailde Martina Otto deze foto naar mij met de volgende tekst: “Mijn object is nog in wording. Het gaat om de overgang tussen ideaal naar werkelijkheid (…)
De maten zijn:
bak op de grond: 100 cm x 140 cm, 20 cm hoog
aan de muur: 100 cm x 80 cm”.
Dat is behoorlijk groot, groter dan op de foto zomaar te zien is.
- Gegevens
Op 4 mei was ik in het riante atelier van Hubert Zeeman, op de rand van het Java-eiland in Amsterdam. Al heel lang metaalkunstenaar is dit de ideale plek voor hem, je ruikt er nog de historie van de oude scheepvaart, de reusachtige kranen en de stoere kade. Zijn atelier is grofweg in tweeën gedeeld, een voorruimte aan de daglichtgevel, en een achterstuk dat met een gordijn hermetisch is afgesloten.
Als je door het gordijn heen gluurt wordt je een stapel ijzer en ander goed gewaar, zo veel, dat je niet snapt hoe het hier ooit is binnengekomen.
- Gegevens
Ank van Engelen is stoer. Ze houdt van het geluid van de smidse, van de oliegeur van net geleverd staal, van het gekrijs van de slijpmachine, van de hitte van het lasapparaat. Haar vrouwelijke kant zit vooral in haar liefde voor literatuur en poëzie, zegt ze, maar tegelijkertijd heeft ze het over ‘boetseren in staal’ en dat ze heus wel weet dat dat niet kan, maar dat ze het toch altijd weer probeert. Ze houdt ook van die tegenstelling, waar ze ook weer moeite mee heeft: het verhalende van de taal, tegenover het zoeken naar de kern in de beeldhouwkunst. En daarbij gaat het om de onontkoombare noodzaak, voor zichzelf.
- Gegevens




