Kant portret Staegemann WebWaarom lees ik van Immanuel Kant de Kritiek van de zuivere rede?

1) Immanuël Kant begint zijn kritiek met het waarnemen en de ervaring als bron van kennis. Hij is een van de weinige filosofen die daar zo diep op in gaat. Het spreekt vanzelf dat waarnemen ook de bron is voor de kennis van de kunsthistoricus. Ik wil dus met Kant beginnen.

2) Ik denk dat Kant mij helpt bij het ‘lezen’ van beeldende kunst, van figuratieve kunst, van niet-figuratieve moderne kunst, van actuele kunst

3) Op zoek naar een geldige interpretatie van sculptuur is de vraag welke rol kennis speelt bij de interpretatie: dus zijn mijn vragen parallel aan die van Kant:
• Wat is kennis
• Wat is de rol van kennis
• Welke argumenten maken kennis geldig
• Welke kennis speelt een rol bij de interpretatie

4) Als waarnemer van sculptuur – dat zijn dingen die door mijn zintuigen worden onderzocht, dingen die nog nergens bestonden vóórdat zij werden geschapen, is de belangrijkste vraag: hoe is het mogelijk dat wij ze waarnemen en hoe nemen wij ze waar? Hier speelt Kants opvatting van empirie en van a-priori oordelen. Tal van begrippen in de Kritiek van de zuivere Rede, zoals aanschouwing, verschijning, oordeel, houden zich bezig met de vraag naar ervaring en intuïtie. Zij liggen dus aan de basis van mijn waarnemingen en worden -hopelijk- door Kant zeker en duidelijk verlicht.

5) Kants hoofdvraag is: wat en hoeveel kunnen het verstand en de rede onafhankelijk van alle ervaring kennen? Ik vermoed dat het onderscheid tussen wat op ervaring berust (uit de waarneming) en wat door de rede wordt opgebouwd (zonder waarnemeing), van doorslaggevend belang is voor de interpretatie.


Ik lees Immanuel Kant KRITIEK VAN DE ZUIVERE REDE, Boom, Amsterdam, vertaald door Jabik Veenbaas en Willem Visser.*

*Vanaf hier verwijs ik met ‘Kant1’ naar de uitgave Immanuel kant, Kritiek van de zuivere rede, (Jabik Veenbaas & Willem Visser, vert.). Amsterdam: Boom, 2017, vierde oplage.



Strik detail vierkant webVoorbeeld

Een detail van een sculptuur. Kunnen wij het herkennen? Hoe dan en waarom? Is het figuratief, nabootsend, of niet?
We leggen het detail naast de tekst en vragen ons af: Kunnen wij Kants tekst toepassen op dit beeld?
We lezen bij deze strik: DeTranscendentale Esthetica, Sectie 1 'De Ruimte' en Sectie 2 'De Tijd'.

 

Volgende aflevering: Kant4: Uitnodiging om mee te lezen