I Kant Bode Museum 2 webHoe ontstaat een oordeel?

Uiteindelijk kom ik dus terecht bij Immanuel Kant, omdat ik wil weten hoe mijn oordeel over een kunstwerk ontstaat. Ik ben er al een beetje ingedoken. Kant lezen is niet gemakkelijk. Alleen al in de Kritiek van de zuivere Rede schrijft hij 600 pagina’s vol over hoe onze rede werkt, of zou moeten werken. Ik moet heel vaak opnieuw lezen wat hij schrijft, om het te begrijpen.

Er is een groot verschil tussen onze uitgangspunten: Kant is filosoof en ik ben kunsthistoricus. Er is ook een grote overeenkomst: wij zijn beiden theoretici. Wij praten over dingen die wij niet zelf hebben gemaakt.

Afbeelding: Immanuel Kant, Emanuel Bardou 1798, Foto: Marcus Bleil


(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

Filosofen-Jargon

Er is nog een ander verschil: Kant is al lang dood en ik nog niet. Over wat hij heeft geschreven is intussen een boekenkast vol geschreven. Ik wil weten hoe al die wijsheid nog betekenis heeft voor onze tijd. De moeilijkheid om dat te beoordelen zit voor een groot deel in de taal. Filosofen spreken een bepaald jargon. Woorden waar ook weer hele boekenkasten vol over zijn. Ik moet dus zien te begrijpen wat Kant met zijn jargon precies bedoelt. In wat ik tot nu toe gelezen heb lijkt dat mogelijk: Kant legt heel vaak uit wat hij met een woord precies bedoelt. Volgens veel secundaire literatuur reageert hij daarmee op vroeger gebruik van die termen. Maar door zijn nauwkeurige omschrijvingen is het niet nodig al die vroegere auteurs aan het woord te laten. Daarna is het mogelijk andere filosofen te lezen die hetzelfde jargon gebruiken, maar er ook vaak net iets anders mee bedoelen. Daarom is het denk ik nodig, als ik de moderne filosofen wil begrijpen, eerst Immanuel Kant te lezen, om vertrouwd te raken met iets van het jargon. En om iets van de zuiverheid van de begrippen te kunnen ijken.


Waarom dan toch filosofen?

Er zijn namen waarmee je welwillende toehoorders in een keer op de kast jaagt, of de deur uit. Een van die namen is Immanuel Kant, een andere Martin Heidegger. De belangrijkste reden waarom mensen afhaken is dat ze het jargon dat die filosofen bezigen, niet verstaan. Een kreet als de ‘transcendentale esthetica’ is moeilijk te begrijpen en suggereert dat er eerst een hele collegereeks filosofie moet worden gevolgd. (Ik beweer niet dat Kant die termen in zijn colleges zo gebruikte, er zijn aanwijzingen dat hij best wel een populaire docent was.)

Waarom lees ik deze moeilijke filosofen en houd ik me niet aan mijn eigen leest, de kunstgeschiedenis? Om twee redenen: ik hou van hun denkpaleizen. Hun ideeën hebben al eerder deuren voor mij geopend bij de beschouwing van kunstwerken. De tweede reden is omdat ik mijn eigen denken te eenzijdig vind. Juist het lezen van filosofen heeft mij duidelijk gemaakt dat er meer is dan alleen de interpretatie van de kunstgeschiedenis. Als voorbeeld mag het twistgesprek dienen dat de filosoof Derrida voerde met de kunsthistoricus Meyer-Shapiro, over Heideggers beschouwing van ‘de schoenen’ van Van Gogh. Twee eminente geleerden die in hun wederzijdse kritiek lieten zien hoe het ene vak het andere kan aanvullen, op zoek naar betekenis. Wie weet vind ik nog wel ergens een plekje om op hun debat terug te komen.


Immanuel Kant painted portraitKant en kunst

Mijn waarneming is een andere dan die van de filosoof. We hebben ook heel verschillende doelen. De filosoof wil betekenis ontsluieren die algemeen geldig is. Ik ben vooral geïnteresseerd in de uitzonderlijke vorm, in het unieke ding. Ik denk dat het ‘Wat’ dat de filosoof ont-dekt en het ‘Hoe’ dat ik bestudeer elkaar aanvullen. Ik verwacht dat de filosoof mij helpt kritisch te zijn over mijn eigen waarneming en dat hij mij kan wijzen op overeenkomsten, die mij bij het beschouwen van het enkele voorwerp zouden ontgaan.

(Afbeelding: Kants portret wordt op internet vaak spiegelbeeldig weergegeven. Wie is de echte Kant?)

 

 

Voet marmer webBijvoorbeeld: Toen Immanuel Kant het eerste boek publiceerde van zijn trilogie van ‘kritieken’ was er in de beeldende kunst iets gaande, wat wij in ons vak aanduiden met het woord ‘classicisme’. Ik zou willen weten of dit classicisme door Kant werd bekeken en of het van invloed was op zijn ideeën, of dat zijn ideeën invloed hadden op de kunstenaars. Ook zou ik willen weten of de theorieën van Kant een verandering teweegbrengen in onze opvatting over de kunst van zijn tijd, in ons etiket ‘classicisme’, of in ons denken over kunst in het algemeen. Bovenal hoop ik dat het me eigen maken van zijn denken, mij zal helpen bij het beschouwen van onze actuele kunst.

(Afbeelding: Antonio Canova, rechtervoet van Hebe)


 Kant en zijn navolgers

Ik ga dus Immanuel Kant lezen, ook om de filosofen na hem beter te kunnen begrijpen.
Ik zie de filosofie die zich bezighoudt met onze waarneming als een rivier: er is een bron waar de rivier ontstaat. Stroomafwaarts wordt uit steeds meer zijstromen water toegevoegd aan de eerste stroom. Zo wil ik bovenaan beginnen, waar de bron opwelt, om het water naar beneden toe te volgen, over de rotsen heen en tussen de bomen door, nu en dan gehinderd door een zijstroom die zich een weg baant naar de hoofdbedding toe.

Filosofen die zich bezig hebben gehouden met dezelfde vragen als ik, over schoonheid en over kunstwerken. Over de invloed van kunst op ons leven en de invloed van ons leven op de kunst. Enkele namen die belangrijk zijn geworden voor mij: Schiller, Heidegger, Merleau-Ponty, Derrida, Rancière. Schrijvers van wie ik al heel wat teksten heb gelezen, waar ik me altijd van afvraag of ik ze wel goed heb begrepen. Ze vormen nogal een brede waaier met verschillende inzichten maar putten allemaal uit dezelfde bron, Immanuel Kant, de man die voor hun filosofie belangrijk geweest is.

Na Immanuel Kant wil ik verder lezen over ‘Het Ding’ bij Martin Heidegger, en over ‘het ontstaan van het kunstwerk’, over zijn begrip van techniek en ruimte, met een sculpturaal voorbeeld uit zijn eigen tijd: een sculptuur van Eduardo Chillida. Ook zal ik nu en dan een dichter aan het woord laten, Paul Valéry, over een ding, in zijn geval een schelp, en over zijn ideeën hoe een gedicht ontstaat. Dit wordt dus een langdurig plan. Een plan dat ik ook niet helemaal kan overzien. Omdat veel materie mij nog onbekend is zal ik het zo’n beetje zijn eigen gang laten gaan. Langs de paden die Kant heeft aangelegd. Dat moet voldoende houvast geven. Ik zal het volgen op mijn eigen weblog onder de titel: Kant.


De bron zelf, maar dan wel vertaald.

Kant heeft vele navolgers gehad maar ook veel critici. Daar zitten mensen bij die volgens sommigen niets van hem hebben begrepen. Zo ongeveer als ik nu. Maar juist omdat de meningen zo verschillen zit er maar één ding op: zelf de bron lezen. Dat wil in mijn geval zeggen: de vertaling van Kants geschriften lezen, want zijn handschrift en taal is voor mij nauwelijks leesbaar. Gelukkig zijn er geduchte vertalers die hun werk secuur en met kennis van zijn taal hebben gedaan. Zij hebben een veel betere vertaling gemaakt dan ik ooit zou kunnen. Ik heb nu de eerste 160 bladzijden gelezen en ik heb vertrouwen gekregen in hun werk, dus kan ik nu vol goede moed vooruit.

Volgende aflevering: Kant3: samenvatting van mijn motieven