Marcus Herz portrait 3501772 Brief aan Marcus Herz

Op 21 februari 1772 schrijf Immanuel kant een brief aan Marcus Herz. Deze brief wordt algemeen beschouwd als het ‘geboorteuur’ van de Kritik der Reinen Vernunft, dat pas in 1781 in eerste druk zal worden uitgegeven (de zogenaamde A-druk).

(Afbeelding: Portret van Marcus Herz door Friedrich Georg Weitsch, 1795)

In de brief kondigt Kant zijn werkstuk aan: “… nu werk ik aan de opzet voor een werk dat De grenzen van de zintuiglijkheid en de rede als titel zou kunnen hebben”. Hij duikt meteen in het grootste probleem waaraan hij werkt: hoe kunnen wij iets waarnemen dat wij nog niet kennen.

“Ik vroeg me namelijk af op welke grond de betrekking tot het object berust van wat in ons voorstelling heet” (Kant1 p. 46).

Durf te weten! Dat zegt Kant.

Uitnodiging om mee te doen

Het is zover. Na al die jaren dat ik heb vermeden zelf een tekst van Immanuel Kant te lezen, kan ik er nu niet meer omheen. Ik barst van de nieuwsgierigheid. Zoveel schrijvers hebben hun zegje gedaan, van zoveel auteurs heb ik gelezen wat zij denken dat Kant heeft gezegd, dat ik de grootmeester nu eens echt zelf aan het woord wil laten. Het boek dat ik om te beginnen ga lezen heet in het Nederlands: KRITIEK VAN DE ZUIVERE REDE.

(Afbeelding: Kant, Beantwortung der Frage: Was ist Aufklärung?)

 Gelukkig kan ik al een beetje zwemmen, maar het water lijkt me erg diep en de overzijde is erg ver weg. Het is dus beter volgbootjes te organiseren, extra roeiers te vragen, hier en daar een verse kapitein in te zetten en reddingswerkers in te seinen dat dit hachelijke avontuur is begonnen.


Kant portret Staegemann WebWaarom lees ik van Immanuel Kant de Kritiek van de zuivere rede?

1) Immanuël Kant begint zijn kritiek met het waarnemen en de ervaring als bron van kennis. Hij is een van de weinige filosofen die daar zo diep op in gaat. Het spreekt vanzelf dat waarnemen ook de bron is voor de kennis van de kunsthistoricus. Ik wil dus met Kant beginnen.

I Kant Bode Museum 2 webHoe ontstaat een oordeel?

Uiteindelijk kom ik dus terecht bij Immanuel Kant, omdat ik wil weten hoe mijn oordeel over een kunstwerk ontstaat. Ik ben er al een beetje ingedoken. Kant lezen is niet gemakkelijk. Alleen al in de Kritiek van de zuivere Rede schrijft hij 600 pagina’s vol over hoe onze rede werkt, of zou moeten werken. Ik moet heel vaak opnieuw lezen wat hij schrijft, om het te begrijpen.

Er is een groot verschil tussen onze uitgangspunten: Kant is filosoof en ik ben kunsthistoricus. Er is ook een grote overeenkomst: wij zijn beiden theoretici. Wij praten over dingen die wij niet zelf hebben gemaakt.

Afbeelding: Immanuel Kant, Emanuel Bardou 1798, Foto: Marcus Bleil


Marlies Biennalevloer 2017 Biennale van Venetië 2017, Duits paviljoen Is het einde van de kunst en van de kunstgeschiedenis in zicht?

“Deze tentoonstelling is samengesteld vanuit het besef dat er niet meer zoiets bestaat als kunstgeschiedenis”, schrijft Toef Jager in de NRC over de expositie “Vrijheid” in Zwolle. “Ergens in de jaren tachtig hield die op, ongeveer tegelijk met de politieke geschiedenis, tenminste in de laat kapitalistische versie ervan zoals de onvermijdelijke Francis Fukuyama die beschreef… Er bestaat helemaal niet meer zoiets als ‘belangrijkste, beste, invloedrijkste’…” *
Dit citaat uit de NRC, dat volgens de auteur leunt op een tekst van de filosoof Fukuyama, kondigt nu eens niet het einde van de kunst aan, maar het einde van de kunstgeschiedenis. Dit sentiment kom ik vaker tegen. Het gaat vaak samen met een uitspraak als “ik word eigenlijk nooit meer geraakt” die ik regelmatig opvang.

* Jager, T. (2019, 18 januari) Suggesties voor een nieuw canon, NRC,C3