De perfecte gelijkenis

In deze lezing volgen wij de geschiedenis van het Griekse heldenbeeld, het christelijke beeldenverbod, en de moderne gebeeldhouwde mensbeelden.
Eeuwenlang was de perfecte nabootsing van de werkelijkheid het doel in de kunst: ‘net echt’. Waarom willen wij dat zo graag: ‘net echt’? Waarom moet alles precies lijken op iets dat wij kennen uit het dagelijks leven? Een echte eikenboom, een super natuurgetrouwe haas, een marmeren beeld waarin wij een beroemd schrijver herkennen?

 

 


Ron Mueck 'Moeder en kind'Ron Mueck 'Moeder en kind'Het antwoord daarop is dat wij, misschien wel dwangmatig, willen herkennen. We roepen uit: ‘Hé die ken ik, dat is Sartre!’ We benoemen op deze manier meteen wat we zien en daarna kennen we er emoties aan toe. ‘Hij lijkt zo echt, prachtig hè?‘ of: ‘Ik vind het niets, hij was in het echt helemaal niet zo arrogant!’ We kunnen ons veel beter in een kunstwerk verplaatsen als wij het op een of andere manier herkennen.
 
Schilderijen, beelden, foto’s en films zijn echter nooit een precieze afspiegeling van de werkelijkheid. Hoezeer ze ook bij de realiteit in de buurt komen, het blijven suggestieve en vlakke uitbeeldingen. Daarom hebben wij het, als wij praten over deze beelden, altijd over een verwijzing naar de werkelijkheid.
 
Er zijn allerlei beelden gemaakt die verwijzen naar de mens: grafbeelden, cultusbeelden, helden- en godenbeelden. Ze lijken bij benadering op ons, want ze hebben armen, benen en een hoofd. En toch lijken ze - bij nadere bestudering - niet écht op ons, maar zijn een mix van allerlei menselijke componenten. En dan het liefst iets mooier gemaakt!
Woorden als natuurgetrouw, nabootsing en afbeelding krijgen een andere betekenis wanneer ze worden getoetst aan onze grote wens tot herkenning.
 
In de geschiedenis van de Westerse beeldhouwkunst kun je de nabootsing van de realiteit zien als een terugkerend motief voor kunstwerken. Vanaf de eerste Griekse grafbeelden tot de hyperrealistische beelden van nu.
Kunstenaars hebben hun techniek om mensen uit te beelden steeds verder geperfectioneerd en stellen daarmee de vraag naar onze identiteit steeds nadrukkelijker.
Hoe knapper de technieken voor het kopiëren van onze werkelijkheid worden gebruikt, des te indringender werken die beelden én hun vragen in op onze emoties.