Cursus Kijken is een Feest

Aanloopje 7: Wij zijn niet ons brein

Beeldende kunst trekt alle mooie theorieën van filosofen en neurowetenschappers in twijfel. Want ondanks alle kennis weet niemand precies waar ons gevoel huist, wat er in ons brein gebeurt, laat staan waarom iedereen anders reageert bij het beleven van een kunstwerk.

“De mens is meer dan zijn brein. Je genen bepalen alleen je uitgroeimogelijkheid. Je kunt kinderen, tieners, volwassenen, ouderen heel veel verder brengen door hen te leren
goed om te gaan met wat het leven hen geeft.” Aldus Prof. Jelle Jolles . Hij kijkt naar de relatie tussen hersenen, gedrag en beleving en benoemt in feite dat onze ontwikkeling van hersenen, gevoel en sociale activiteiten nooit stopt.

“Nieuwe en prikkelende uitdagingen zijn essentieel voor het brein en haar ontwikkeling”, zegt prof. Erik Scherder, hoogleraar Klinische Neuropsychologie. En hij raadt aan om kinderen, naast het normale educatieve programma, veel in aanraking te brengen met alle vormen van kunst: “dat stimuleert de spiegelneuronen en daardoor de verbeelding”.
Naar men aanneemt spelen spiegelneuronen een rol bij het begrijpen en interpreteren van de handelingen van anderen en het leren van nieuwe vaardigheden door imitatie. Ook zouden zij een rol kunnen spelen bij het inzicht in denkpatronen bij anderen, emotioneel inlevingsvermogen en de taalverwerving.

Andere wetenschappers trekken het bestaan van die spiegelneuronen sterk in twijfel: In ‘The Myth of Mirror Neurons’, bekritiseert Gregory Hickok het idee van het bestaan van spiegelneuronen en vraagt zich af: er wordt bijvoorbeeld gezegd dat het spiegelneuronensysteem een verklaring biedt voor de evolutie van taal, maar is het dan niet verwonderlijk dat die neuronen voor het eerst zijn gevonden in apen, die niet kunnen praten? (https://taalenhersenen.wordpress.com/2015/03/09/gebroken-spiegelneuronen/)

“Uit de hersenenactiviteit tijden het luisteren zonder taak bleek dat luisteraars zichzelf daadwerkelijk in de personages verplaatsen, mits er over de gedachten of gevoelens van de personages gesproken wordt. Dat laat zien dat om gevoelens en motivaties van anderen te begrijpen, onze hersenen informatie zo verwerken alsof het ons zelf overkomt: dat we ons echt voorstellen hoe het zou zijn om in de schoenen van iemand anders te staan.
Voor de stukjes in de verhalen waarin acties werden beschreven zijn de resultaten echter helemaal anders. Onze hersenen lijken dit soort informatie op drie manieren te kunnen verwerken. Het lijkt erop dat er drie onafhankelijke netwerken in onze hersenen bestaan: één voor begrip van actietaal, één voor het verbeelden van acties die je zelf zou doen en één voor acties die daadwerkelijk door anderen worden uitgevoerd. Deze resultaten sluiten aan bij een eerder onderzoek door onze onderzoeksgroep.” (Franzika Hartung op het blog  ‘Taal en hersenen’ d.d. 03-03-2016).

Kortom, we weten echt nog heel weinig. We zien activiteit in onze hersenen, maar hoe en wat er precies gebeurt, is nog een raadsel. We vermoeden hoe ‘zien’ in zijn werk gaat, maar hoe dat waarnemen dan gekoppeld wordt aan ons gevoel is niet duidelijk. Maar dat het gebeurt, dat laat kunst ons al sinds mensenheugenis zien. Neem dit voorbeeld:

Rubens HFamilie Walraf150De H. familie met Elisabeth en Johannes de Doper 1630
Peter Paul Rubens
Olieverf op doek 121 x103 cm
Keulen, Fondation Corboud

Als je de titel niet kende, zou je zo kunnen denken (‘gevoelsmatig’) dat het niet om de H. Familie gaat, maar om een scene uit Rubens eigen leven. Rubens schildert hier een tafereel uit de Pseudo-Bonaventura, waarin het afscheid beschreven wordt van Johannes en het Christuskind, die op de vlucht gaat naar de Egypte. Ondanks de angst voor het bevel van Herodes, dat alle kinderen zal treffen, is dit een warm en gezellig, huiselijk toneeltje. Alleen voor de zeer belezen, Bijbelvaste gelovige, zijn enkele aanwijzingen aangebracht: hoe Johannes in zijn rechterhand een houten hamertje heeft, verwijzing naar het latere kruis, en in zijn linkerhand een touwtje, dat Christus met spitse vingertjes opneemt. Het is een verwijzing naar onze wereld en de wereld na onze dood. Aan het eind van het touwtje zit –bijna onzichtbaar- een distelvink, opnieuw een verwijzing, dit maal naar de ten hemelopneming van de ziel en de wederopstanding van Christus.
Rubens drukt ons met onze neus op de personen en benadrukt daarmee hun nabije aanwezigheid. Maria en het Christuskind vangen het meeste licht en de sterk aangezette diagonale compositie van Johannes voeten, via die van Christus naar het gezicht van Maria stimuleert ons medeleven met dit warme familieportret, dat door de aanwezigheid in de donkere achtergrond van Josef en Elisabeth een ingehouden vooruitzicht op gevaar meekrijgt. Rubens kenners zien in het gezicht van Maria Helene Fourment, Rubens tweede echtgenote en in het Christuskind hun zoon Frans.
(Detail aus: Peter Paul Rubens, Helene Fourment mit ihrem erstgeborenen Sohn Frans, um 1635, Öl auf Leinwand, München, Alte Pinakothek)


Fabritius vink150Het puttertje, 1654,
Carel Fabritius,
olieverf op paneel
33,5 x 22,8 cm
Den Haag, Mauritshuis

Ikzelf wend mij nog even naar de distelvink, het broertje van Fabritius’ Puttertje. Donna Tart schreef er een dikke pil over, althans over de vermeende omzwervingen van het schilderijtje en de manier waarop de hoofdpersoon, dankzij dit aandenken aan zijn moeder, in de onderwereld van de kunst terecht komt. Je kunt heel ver daarin meegaan en je verbeelden dat het jezelf betreft. Donna geeft het schilderijtje een belangrijke functie: die van troost tegenover hebzucht. Allebei gevoelens trouwens waar ik neurowetenschappers nog niet op heb kunnen betrappen. Misschien komt taal wel vóór de wetenschap en hebben we alleen daarom al kunst en literatuur nodig.
De putter is een zangvogel van de familie der Vink-achtigen en is voornamelijk een zaadeter. In de vrije natuur eet hij bessen, knoppen en zaden en insecten. Vaak zie je putters op distels zitten, vandaar de Vlaamse naam distelvink. De zaden van deze plant is hun lievelingskostje bij uitstek. De naam 'putter' heeft het vogeltje gekregen doordat het vroeger vaak in kooien werd gehouden, waarin de distelvink zelf een vingerhoed met water omhoog moest trekken (putten) om te kunnen drinken. Deze zit zo te zien op zijn eigen nachthok, dat met de scharniertjes aan de achterkant opengeklapt kan worden. Rond dit hok lopen twee stangetjes waarop hij kan gaan zitten. Ook al is er niets van te zien, dit betekent dat hij binnen woont, met zijn hokje ergens in huis, en waarschijnlijk voor levendigheid zorgt voor de overige bewoners. Zó huiselijk kan huiselijkheid zijn, die niet zichtbaar is. Ons brein alleen weet er geen raad mee, samen met onze empathie wel.

(Klik hieronder voor grotere afbeeldingen)