Cursus Kijken is een Feest

Aanloopje 5: Toegang is nog geen therapie

Over de façade van de San Marco in Venetië schreef John Ruskin:

“Totdat eindelijk in extase, de toppen van de bogen breken tot een marmeren schuim, en zichzelf hoog de blauwe hemel inwerpen in flitsen en kransen van gebeeldhouwde spetters, alsof de golven van het Lido al in de lucht bevroren zijn voordat ze vallen, nadat de zeenimfen ze hebben ingelegd met koraal en amethist”. (John Ruskin, The stones of Venice, Vol II, Chapter IV, mijn vertaling.)

In het hoofdstuk ‘resources’ van zijn boek Move Closer, An Intimate Philosofy of Art (2000), schrijft John Armstrong na dit citaat van de 19e -eeuwse Engelse schrijver en kunstcriticus John Ruskin:
‘Maar hoe is John Ruskin tot zijn waardering voor het gebouw gekomen? In zijn autobiografie onderzoekt Ruskin hoe hij architectuurliefhebber is geworden. En wat vinden we? Een lijst met geleerde studies, het volgen van voorheen niet-gepubliceerd onderzoek, het naspeuren van manuscripten en documenten in archieven? Niets van dat al. Hij beschrijft uren van vervoering in zijn jeugd die hij doorbracht met door het raam naar buiten kijken en zijn ‘opwinding tijdens het vollopen van de waterkar, door haar leren buis, van de druipende ijzeren goot op de hoek van het trottoir’. 

In Ruskins leven legde de tijd die hij doorbracht in de tuin van zijn ouderlijk huis in Zuid-Londen, op zijn eentje slenterend, spelend en kijkend, de basis voor zijn latere liefde voor de kunst.”

John Armstrongs boek is een grote inspiratiebron voor het denken over waarneming en het genieten van kunst. In 2000 noteerde ik achter in het boek: “Armstrong heeft echt plezier in het kijken naar kunst en het beschrijven ervan. Er draait erg veel om ‘houden van en verliefd zijn’. Details, details, details!”

Drie jaar later schrijft hij als co-auteur met zijn vriend Alain de Botton: Art As Therapy. Dit boek kreeg veel kritiek: “Maar hij overspeelt zijn hand door kunst te beperken tot 'gereedschap' voor de ziel:  Manets schilderij van asperges 'kan een langdurige relatie redden van zelfgenoegzaamheid',[…], Dat kunst niet alleen de mooie kwaliteiten, maar álle kwaliteiten van de mens aan de orde kan stellen, ook de meest destructieve, past niet in De Bottons pleidooi.”(De Volkskrant, 19-10-2013)

Bij het grote publiek werden Armstrong en De Botton bekend door hun teksten in het Rijksmuseum in 2014, onder de titel Kunst Is Therapie. Ook daarop was veel kritiek: de bezoekers spendeerden meer tijd aan het lezen van hun teksten, dan aan het bekijken van de kunstwerken. Het is begrijpelijk als je naar de herkomst van de auteurs en hun eerdere boeken kijkt, maar jammer genoeg gaan ze een (grote) stap te ver: Kunst is Geen Therapie. Misschien kan het voor iemand therapeutisch werken, maar wat dat dan precies inhoudt, is voor ons volstrekt onduidelijk.

Pala d' Oro

Venetië, San Marco basiliek, Pala d'Oro

Wij gaan komend jaar gewoon weer terug naar Venetië, naar de Biënnale. En misschien ook weer even naar de San Marco, voor een blik op de Pala d’Oro. Niet omdat het therapie is voor ons, maar omdat in veel kunstwerken van nu, de geschiedenis van de kunst voelbaar is. En die kun je daar in die oude basiliek, met op je tong nog de smaak van de nieuwste werken van de Biënnale, beproeven.

HelenMarten HaymakersVenetië, Biennale 2015, Helen Marten, Flaps, sticks, hairs and bruises, (2015)

Onze vijfde bijeenkomst dit najaar heet: Kunstwerken geven toegang. En dat is precies wat ze doen. Niet als instrument om onze beschadigde ziel te repareren, maar als toegang tot de wereld, tot de geschiedenis en tot onszelf. 
Dat mag leerzaam zijn, maar therapie laten we over aan de therapeuten.