Cursus 'Kijken is een Feest'

Aanloopje les 1: Kijken is ontdekken

cy twombley my name is thyrsisBij het maken van les 1, “Kijken is ontdekken” stuitte ik op een drieluik van de kunstenaar Cy Twombley. We zagen het in Berlijn, in de Hamburger Bahnhof, in 2013. Het drieluik uit 1977 heet “I am Thyrsis of Etna, blessed with a tuneful voice”. Die titel staat in handschrift gekalkt op het middelste, grootste luik. Je leest de zin keer op keer op keer. Op een of andere manier staat het precies op de juiste plek. Omgeven door precies de goede verfvlekken. Zonder dat je kunt zeggen waarom het precies goed is, zo briljant en zo fijnzinnig, dat je het gewoon meteen mooi vindt. Voorlopig ben je niet bezig met wat de zin betekent, maar ben je gevangen in de letters, het handschrift, de verf en je ontroering.

De zin “I am Thyrsis of Etna, blessed with a tuneful voice” brengt je bij de klassieke mythologie. Thyrsis komt voor in een gedicht van Theocritus, een Griekse dichter uit de derde eeuw vóór Christus met een dubbelzinnige naam van: ‘Theos betekent ‘godheid’ en ‘critus komt van creare: ‘scheppen’.

Eminem150Thyrsis doet volgens Theocritus mee aan een wedstrijd tussen herders, wie het mooist zingt, speelt en dicht. Vergelijkbaar met het ‘battlen’ van onze huidige ‘rap’-sterren, zoals Eminem.

Thyrsis, schaapsherder, weent in zijn verzen over de dood van Daphnis, een geitenhoeder die aan liefdesverdriet is overleden.
Maar dat weten we allemaal niet, als we voor het drieluik staan. Later, thuis, zoeken we het op en ontdekken dat de zin die Twombley op het middendeel schrijft, niet letterlijk voorkomt in de Idylle van Theocritus. En dan wordt het ‘I am’ nog beduidender: het is alsof Twombley zichzelf ziet als de zingende Thyrsis. Thyrsis was lang bekend en komt redelijk vaak voor in de Nederlandse letteren in de 17e eeuw, in vertalingen en bewerkingen van Vergilius.

 

Meliboeus ThyrsisHerder Meliboeus beoordeelt het spel van de herders Corydon en Thyrsis, Wenceslaus Hollar, after Franz Cleyn, 1654

Een 3-luik is altijd een verhaal: links, midden, rechts.
In het linkerluik schrijft, of beter schildert, Twombley een lijst met belangrijke woorden uit de klassieke geschiedenis van Thyrsis, in een handschrift waar hij Griekse en Latijnse letters door elkaar gebruikt.
In het rechterluik schrijft hij sensaties van zoet, zoals honing en de geur ervan. Het lijkt allemaal erg snel ‘neergepoot’, er zijn woorden weggeveegd en alles lijkt haastig en tijdelijk. Onderstreept door drie neerwaartse klodders verf die driftig bewerkt zijn met de achterkant van het penseel. Heel erg ritmisch, als een ‘rap’.

Twombley ziet af van ‘realistisch, figuratief schilderen. Hij gebruikt andere middelen dan de prentenmaker uit de gouden eeuw. Hij schildert geen beeld maar schrift op de ultieme beelddrager: opgespannen papier als canvasdoek, omlijst als een schilderij. In het ritme van de geschilderde woorden komt de klank ons tegemoet van de schilder die zich vereenzelvigt met de dichtende herder, de klank die een voorstelling oproept: “Ik ben Thyrsis van Etna, gezegend met een welluidende stem”.

De vroegere prentenmaker vult de gaten in de taal en de latere schilder vult de onvoltooidheid van het beeld. Bij beiden wordt dit opvullen teweeg gebracht door ons gevoel, dat weet dat er meer is, dan hier getoond of gesuggereerd wordt.

Het zou kunnen zijn dat Twombley een vroeger schilderij in gedachten heeft: net zoals hij deed met de School van Athene (1964) naar dat beroemde fresco van Rafaël (1511):

Twombley school of athens 1964 raphael school van athene150
   

Met de woorden die hij in zijn schilderij schrijft: ‘Apollo’ en ‘La scuola di Athene’ verwijst hij naar het fresco. Je ziet hoe hij zoekt naar de krachtvelden in Rafaëls fresco en hoe hij al schilderend tot een andere interpretatie komt dan het fresco suggereert: alles is in beweging en de belangrijkste beweging is niet die van de voortschrijdende Plato en Aristoteles. Rechts voorin tekent Euclides wiskundige figuren en links voorin werkt Pythagoras aan zijn stelling. Dat zijn de kleurrijke plekken waar het gebeurt. Misschien gelooft Twombley wel dat wis- en natuurkunde de wereld verder vooruit hebben geholpen dan de filosofie, zo krachtig wist hij de filosofen met wit weg. Over een dergelijke interpretatie heeft hij zich echter nooit uitgelaten: die is aan ons.